Genres in de literatuur
Fictie en non-fictie; volksverhalen (sprookje, fabel, legende, sage, mythe); verhaalgenres zoals griezel, detective, fantasy, sciencefiction en historisch verhaal; gedicht; toneel; strip en graphic novel.
Waarom dit ertoe doet
Wie boeken kiest, kiest ook een genre. De minimumdoelen vragen dat leerlingen op het einde van het 4de leerjaar geschikte boeken kiezen uit een variatie aan genres, passend bij hun leesdoel en leesvoorkeur, en dat ze bekroonde jeugdliteratuur lezen, zowel fictie als non-fictie. Op het einde van het 6de leerjaar verwoorden ze hun literaire voorkeuren binnen fictie, non-fictie en bekroonde jeugdliteratuur . Ze maken bovendien zelf een talige creatie, bijvoorbeeld een verhaal, een gedicht of een toneeldialoog, en presenteren die . Volksverhalen zoals sprookjes, sagen en mythen horen ook bij het culturele erfgoed met een talige component, waarvoor de eindtermen interesse en waardering vragen .
Fictie en non-fictie
Fictie is de verzameling teksten waarin het beschrevene gezien wordt als het product van de verbeelding van de auteur . Een lezer herkent fictie aan signalen, zoals standaardformuleringen als "Er was eens ..." .
Non-fictie is een verzamelnaam voor teksten die een werkelijke realiteit uit heden of verleden beschrijven, eerder dan verzonnen personages en gebeurtenissen . Voorbeelden zijn een reisgids, een encyclopedie of een informatief boek over dinosaurussen.
Volksverhalen
| genre | kern | typische kenmerken |
|---|---|---|
| sprookje | wonderbaarlijk verhaal uit de mondelinge overlevering | vaste formules als "Er was eens ..." en "En ze leefden nog lang en gelukkig"; heksen, sprekende dieren, feeën, draken, tovenarij; deugd wordt beloond en kwaad gestraft ; onbepaalde plaats in een onbepaald verleden |
| fabel | kort, verzonnen verhaal of gedicht dat een algemene wijsheid illustreert | vaak dieren in de hoofdrol, met menselijke eigenschappen, die handelen en spreken ; een moraal aan het einde |
| legende | religieus verhaal over het leven van Christus, Maria, een heilige of een martelaar, of over heilige voorwerpen | episodes zoals de bekering, de marteldood of wonderen |
| sage | overgeleverde volksvertelling, deels gebaseerd op een historische gebeurtenis | gesitueerd op een bekende plaats en een bekend moment, met een kern van waarheid ; bovennatuurlijke krachten zoals geesten en de duivel; vaak een tragische afloop |
| mythe | verhaal over goden, halfgoden of helden uit het verleden van een cultuurgemeenschap | vaak over het ontstaan van goden, mensen of de wereld, of over de invloed van goden op de mens |
De bekendste fabeldichter uit de oudheid is Aesopus (6de eeuw voor Christus) . Een fabel als De vos en de raaf eindigt met een les die de lezer moet onthouden.
Verhaalgenres
| genre | omschrijving |
|---|---|
| griezelverhaal | wil de lezer een gevoel van beklemmende dreiging en angst bezorgen |
| detectiveverhaal | het oplossen van de vraag wie de dader van een misdrijf is, door speurwerk, staat centraal |
| fantasy | verhalen waarin parallelle werelden naast elkaar geplaatst worden |
| sciencefiction | fantastisch verhaal dat zich van verwante genres onderscheidt door een ogenschijnlijke rationaliteit |
| historisch verhaal | de stof komt uit een periode die voor de auteur tot het verleden behoort |
Gedicht
Een gedicht is een tekst in verzen die een afgerond geheel vormt . Vers, strofe, rijm en ritme komen aan bod in de les over poëzie.
Toneel
Een drama of toneeltekst is bestemd om op het toneel voor een publiek opgevoerd te worden door één of meer acteurs . Er is geen verteller: het verhaal wordt opgebouwd uit de gesprekken (replieken) van de personages, de dialoog .
- Een bedrijf (of akte) is een hoofdgeleding van een toneelstuk en kan uit één of meer scènes bestaan .
- Een scène is de kleinste eenheid, gemarkeerd door de opkomst en het vertrek van personages .
- Toneelaanwijzingen zijn aanwijzingen van de toneelschrijver om de voorstelling te realiseren: over spel, decor, licht, geluid. Directe toneelaanwijzingen staan in de neventekst .
Strip en graphic novel
In een strip of beeldverhaal vullen tekst en een reeks afbeeldingen elkaar zo aan dat ze niet zonder elkaar kunnen . De tekst kan onder de beelden staan, in de tekeningen verwerkt zijn of in tekstballonnen wanneer de figuren aan het woord zijn, zoals bij Suske en Wiske .
Een graphic novel heet in het Nederlands ook striproman, beeldroman of literaire strip . Het genre kreeg vorm in de jaren 1980 en 1990 .
Samengevat
- Fictie: product van de verbeelding van de auteur. Non-fictie: beschrijft de werkelijkheid.
- Sprookje: Er was eens, wonderlijk, onbepaalde tijd en plaats, goed tegen kwaad, niet religieus.
- Fabel: kort, dieren met menselijke eigenschappen, moraal.
- Legende: religieus, over heiligen, martelaren, Christus of Maria.
- Sage: niet religieus, bekende plaats en tijd, historische kern, bovennatuurlijke elementen.
- Mythe: goden, halfgoden en helden; vaak over het ontstaan van de wereld.
- Toneel: dialoog, bedrijven en scènes, toneelaanwijzingen, geen verteller.
- Strip: tekst en beeld vullen elkaar aan; graphic novel: striproman.
Test wat je onthouden hebt
Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.
Officiële doelen in deze les
Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.
- Minimumdoel 4de leerjaar · 1.5.4
De leerlingen kunnen voor hen geschikte boeken kiezen uit een variatie aan genres, passend bij het leesdoel en de eigen leesvoorkeur.
- Minimumdoel 4de leerjaar · 1.5.5
De leerlingen kunnen aangereikte en zelfgekozen bekroonde jeugdliteratuur lezen, zowel fictie als non-fictie.
< bv. de Boon voor Jeugdliteratuur, de Gouden Griffel, de Kinderjury Nederland, de Leesjury Vlaanderen, de Woutertje Pieterse Prijs >
- Minimumdoel 6de leerjaar · 1.5.2
De leerling kan literaire voorkeuren verwoorden binnen fictie, non-fictie en bekroonde jeugdliteratuur.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 1.5.3
De leerling kan zelfgekozen bekroonde jeugdliteratuur lezen, zowel fictie als non-fictie.
< bv. de Boon voor Jeugdliteratuur, de Gouden Griffel, de Kinderjury Nederland, de Leesjury Vlaanderen, de Woutertje Pieterse Prijs >
Bronnen
- 1
Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming
https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 2
Eindtermen lager onderwijs (LO_V1_0) · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming
https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V1_0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 3
fictie, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“verstaat men onder fictie doorgaans de verzameling teksten waarin het beschrevene gezien wordt als het product van de verbeelding van de auteur”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00834.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 4
non-fictie, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“voor alle teksten die een werkelijke realiteit uit heden of verleden beschrijven, eerder dan verzonnen personages, gebeurtenissen, plaatsen, enz.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_05318.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 5
sprookje, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“In tegenstelling tot de mythe is het sprookje niet religieus, in tegenstelling tot de legende en de sage mist het een historische achtergrond.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02748.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 6
Sprookje · Wikipedia (nl)
“Het begint vaak met de stereotiepe openingsformule "Er was eens..." en speelt zich af op een onbepaalde plaats in een onbepaald verleden”
https://nl.wikipedia.org/wiki/SprookjeGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 7
fabel, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Vaak is de hoofdrol voor dieren weggelegd (dierenfabel).”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00864.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 8
Fabel · Wikipedia (nl)
“is een korte, verzonnen vertelling die een zedenles voorstelt”
https://nl.wikipedia.org/wiki/FabelGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 9
legende, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Verhaal in versvorm of in proza rond het leven van Christus, Maria (Marialegende), een heilige, een martelaar of over heilige voorwerpen.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02120.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 10
sage, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Overgeleverde (volks)vertelling, deels gebaseerd op of gerelateerd aan een historische gebeurtenis.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02740.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 11
Sage (volksverhaal) · Wikipedia (nl)
“Een sage is dus weliswaar verzonnen, maar bevat doorgaans een kern van waarheid.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sage_(volksverhaal)Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 12
mythe, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“In de genreleer staat mythe aldus voor een verhaal over goden, halfgoden of helden uit het verleden van een bepaalde cultuurgemeenschap”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02684.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 13
griezelliteratuur, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Teksten die erop gericht zijn de lezer een gewaarwording van beklemmende dreiging en angst te bezorgen”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_03508.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 14
detectiveroman, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Roman waarin het oplossen van de vraag naar de dader van een misdrijf, meestal een moord, door speurwerk van een detective of politierechercheur centraal staat.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00775.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 15
fantasy, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“In enge zin staat fantasy voor verhalen waarin parallelle werelden naast elkaar geplaatst worden.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00890.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 16
sciencefiction, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Subgenre van de fantastische literatuur dat zich van soortgelijke subgenres onderscheidt door de ogenschijnlijke rationaliteit ervan”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02742.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 17
historische roman, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Subgenre van de roman, waarvan het hoofdbestanddeel van de stof ontleend is aan een periode die voor de auteur ervan tot het verleden behoort.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00941.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 18
gedicht, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Term uit de genreleer voor een tekst in verzen (vers-1) die een afgerond geheel vormt.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00917.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 19
drama, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“tekst bestemd om op het toneel (toneel-3) voor een publiek te worden opgevoerd door één of meer acteurs.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00784.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 20
dialoog, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“De dialoog is een vast structuurelement van het drama omdat de intrige doorgaans wordt opgebouwd uit de gesprekken (replieken) van de verschillende personages.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00777.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 21
bedrijf, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Hoofdgeleding van het drama die op zijn beurt kan bestaan uit één of meer scènes (scène-1).”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00745.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 22
scène, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“de kleinste situationele eenheden binnen het drama die gemarkeerd worden door de opkomst en het vertrek van de dramatis personae”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_03008.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 23
toneelaanwijzing, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“In het algemeen alle aanwijzingen die door de toneelschrijver worden gegeven in of bij zijn dramatekst om de toneelvoorstelling ervan te realiseren.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_04453.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 24
strip, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“De strip of het beeldverhaal is een verhaal waarbij tekst en afbeeldingenreeks elkaar zodanig aanvullen dat ze niet zonder elkaar kunnen”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_03179.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 25
graphic novel, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)
“Engelse benaming voor wat in het Nederlands ook wel eens striproman, beeldroman of literaire strip wordt genoemd.”
https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_03182.phpGeraadpleegd op 15 oktober 2026
Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons