KKennisToetsLager onderwijs

Luisteren en luisterstrategieën

Luisteren als actief proces, het luisterdoel, strategieën voor, tijdens en na het luisteren, expliciete en impliciete informatie, en kritisch luisteren naar standpunten en argumenten.

7 min lezen 25 doelen6 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Leerlingen luisteren elke schooldag urenlang: naar instructies, uitleg, verhalen, klasgenoten en media. Toch wordt luistervaardigheid in de klas vooral getest en amper onderwezen . De minimumdoelen delen mondeling taalgebruik op in luisterbegrip, spreken, presenteren, vertellen en interactievaardigheden .

Voor luisterbegrip vragen de minimumdoelen op het einde van het 4de leerjaar dat leerlingen expliciet vermelde informatie weergeven, informatie combineren tot een logische conclusie, verbanden leggen met hun voorkennis, verwoorden hoe de auteur over het onderwerp denkt en verwoorden hoe een tekst aansluit bij het luisterdoel. Op het einde van het 6de leerjaar combineren ze expliciete én impliciete informatie, vergelijken ze hoe verschillende auteurs over eenzelfde onderwerp denken en beoordelen ze hoe een tekst hun eigen standpunt wel of niet beïnvloedt .

Luisteren is actief

Luisteren is geen passief ondergaan. Wie luistert, bouwt in zijn hoofd een mentale representatie op van wat er gezegd wordt. Je hoeft daarbij niet alles te begrijpen: wat belangrijk is, hangt af van je luisterdoel . Lees- en luisterstrategieën lijken sterk op elkaar, maar een gesproken tekst is vluchtiger dan een geschreven tekst: je kunt niet terugbladeren .

Het luisterdoel en de verwerkingsniveaus

De eindtermen voor luisteren ordenen luistertaken volgens drie verwerkingsniveaus . Elk niveau vraagt een andere manier van luisteren.

verwerkingsniveauwat de luisteraar doetvoorbeelden uit de eindtermen
beschrijvende informatie achterhaleneen mededeling over het klasgebeuren, een informatieve radio-uitzending, een telefoongesprek, een uiteenzetting van een medeleerling
structurerende informatie persoonlijk en overzichtelijk ordeneneen uiteenzetting of instructie van de leerkracht, een instructie voor een buitenschoolse situatie, een informatieve tv-uitzending
beoordelende informatie beoordelen op basis van de eigen mening of andere bronneneen discussie of gesprek met leeftijdgenoten, een oproep van leeftijdgenoten

Het luisterdoel bepaalt dus hoe je luistert. Wie wil weten om hoe laat de bus naar de schoolreis vertrekt, luistert gericht naar dat ene detail. Wie uitleg krijgt over de delen van een bloem, moet de structuur volgen en de informatie ordenen. Wie naar een discussie luistert, moet argumenten wegen.

Luisterstrategieën: voor, tijdens en na het luisteren

De eindtermen noemen strategieën die gelden voor luisteren, lezen, spreken en schrijven: je oriënteren op het doel, het teksttype en je eigen kennis; je manier van luisteren afstemmen op het doel; je aandacht behouden tijdens het luisteren; en achteraf het resultaat beoordelen in het licht van het luisterdoel .

Voor het luisteren. Leerlingen krijgen bij een klassieke luistertoets vaak vooraf geen gericht luisterdoel, en dat maakt luisteren moeilijker . Geef dus vooraf een doel en interessante vragen mee. Zeker voor anderstalige leerlingen is voorkennis activeren belangrijk .

Tijdens het luisteren. Een goede luisteraar houdt zijn doel voor ogen, stelt zichzelf vragen, probeert de structuur te herkennen en zet zijn woordenschat in . Bij langere uiteenzettingen helpt noteren. De minimumdoelen vragen dat leerlingen kernwoorden, schema's of eenvoudige lijstjes noteren om mondelinge informatie te onthouden of te ordenen . De meeste leerlingen zijn niet vanzelf goed in noteren; het moet aangeleerd worden .

Na het luisteren. Vergelijk notities, controleer of je luisterdoel bereikt is en sta stil bij de bedoeling van de spreker en de betrouwbaarheid van het fragment .

Expliciete en impliciete informatie

Expliciete informatie wordt letterlijk gezegd. Impliciete informatie wordt niet letterlijk gezegd: je leidt ze af door informatie uit de tekst met elkaar of met je voorkennis te combineren. Dat combineren om tot een logische conclusie te komen is precies wat het minimumdoel voor het 6de leerjaar vraagt .

Kritisch luisteren

Bij het beoordelen van wat je hoort, stel je drie vragen.

  1. Wat vindt de spreker? Achterhaal het standpunt van de spreker en vergelijk het met dat van andere sprekers over hetzelfde onderwerp .
  2. Is het een feit of een mening? Een feit kun je controleren. Een argument kan subjectief zijn, een feit is dat nooit .
  3. Is de bron betrouwbaar? Een beroep op autoriteit steunt een bewering op de geloofwaardigheid van wie ze doet. Dat is alleen sterk als die autoriteit competent is in het betreffende gebied, en niet alleen prestige of populariteit heeft. Wordt het verkeerd gebruikt, dan is het een drogreden .

Ten slotte beoordeel je of de tekst je eigen standpunt beïnvloedt: denk je er na het luisteren anders over, en waarom wel of niet ?

Samengevat

  • Luisteren is actief: de luisteraar bouwt een mentale voorstelling op en hoeft niet alles te begrijpen; het luisterdoel bepaalt wat belangrijk is.
  • Gesproken tekst is vluchtiger dan geschreven tekst.
  • De eindtermen onderscheiden drie verwerkingsniveaus: beschrijven, structureren en beoordelen.
  • Strategieën: voor het luisteren je oriënteren op doel, teksttype en voorkennis; tijdens het luisteren je doel voor ogen houden, vragen stellen, structuur herkennen en noteren; na het luisteren het resultaat toetsen aan het doel.
  • Expliciete informatie wordt letterlijk gezegd, impliciete informatie leid je af.
  • Kritisch luisteren: standpunt herkennen, feit en mening onderscheiden, deskundigheid van de bron nagaan en reflecteren op je eigen standpunt.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

14 vragen 9 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

Bronnen

  1. 1

    "Luisteren moet je leren": 5 fases van een slimme luisteropdracht · Klasse (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming)

    “je houdt je doel voor ogen, stelt jezelf vragen, probeert structuur te herkennen, zet woordenschat in”

    https://www.klasse.be/715400/luisteren-moet-je-leren-5-fases-van-een-slimme-luisteropdracht/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs · AHOVOKS, Vlaamse overheid

    “mondeling taalgebruik: luisterbegrip, spreken, presenteren, vertellen en interactievaardigheden”

    https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/86571

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Eindtermen lager onderwijs (LO_V1_0) · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V1_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Discussie · Wikipedia (nl)

    “Dit in tegenstelling tot een debat, waarbij de partijen niet van hun mening wijken.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Discussie

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    Beroep op autoriteit · Wikipedia (nl)

    “De autoriteit moet competent zijn in het gebied, niet alleen maar een hoge uitstraling, prestige, positie of populariteit hebben.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Beroep_op_autoriteit

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons