KKennisToetsLager onderwijs

Spreken, presenteren en vertellen

Spreekdoel en publiek, inhoud verzamelen en structureren, vertellen met een verhaalstructuur, verbale en non-verbale aspecten, uitspraak en zinsaccent, standaardtaal en register, hulpmiddelen en spreekangst.

9 min lezen 24 doelen16 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Een spreekbeurt, een boekbespreking, een verhaal navertellen, een instructie geven: leerlingen spreken voortdurend voor anderen. Spreekvaardigheid is een belangrijke competentie, en om voor een publiek te spreken heb je kennis, verbale en non-verbale vaardigheden en motivatie nodig .

De minimumdoelen vragen op het einde van het 4de leerjaar dat leerlingen onder begeleiding inhoud verzamelen en structureren, verstaanbaar spreken met aandacht voor de uitspraak van het Standaardnederlands en zinsaccent, afstemmen op spreekdoel en publiek, hulpmiddelen gebruiken wanneer die de boodschap ondersteunen en hun spreken op aanwijzing verbeteren. Op het einde van het 6de leerjaar gebruiken ze complexere zinsconstructies, formuleren ze gestructureerd en gebruiken ze bij het vertellen en presenteren een gepaste expressie en een gepast register .

Spreekdoel en publiek

Een toespraak wil de toehoorders informeren, beïnvloeden of vermaken . Wie een spreekbeurt over de Noordpool houdt, wil vooral informeren; wie de klas wil overtuigen om voor een bepaald schoolreisje te kiezen, wil beïnvloeden; wie een grappig voorval vertelt, wil vermaken.

Daarnaast verdiep je je in je publiek: wat weten ze al, wat interesseert hen ? De eindtermen vragen ook dat leerlingen zich bij spreken oriënteren op de luisteraar en hun manier van spreken afstemmen op het doel en de luisteraar .

Inhoud verzamelen en structureren

Een presentatie heeft een inhoud (wat je zegt) en een manier (hoe je het zegt) . Voor de inhoud:

  • onderscheid hoofdzaken en bijzaken en zorg voor een logische volgorde;
  • bouw de presentatie op met een inleiding, een kern en een afsluiting ;
  • begin pakkend, bijvoorbeeld met een prikkelende stelling of een sprekend voorbeeld .

De klassieke retorica kende een uitgebreidere opbouw, met onder meer een inleiding (exordium), een weerlegging van tegenargumenten (refutatio) en een conclusie (conclusio) . Voor de lagere school volstaat inleiding, kern en slot.

Vertellen

Bij vertellen draait het om een verhaal met een duidelijk begin, midden en einde . Verhaalpicto's helpen kinderen om die structuur te zien. Vanaf het eerste leerjaar gebruikt de leerlijn de componenten wie, wat, waar, probleem, gevoel, oplossing . Je kunt interactief vertellen of vertellen zonder onderbreking, en hulpmiddelen inzetten zoals een verteltafel, een vertelschort of verteldobbelstenen . Verhalen dagen bovendien uit om rijke taal te gebruiken .

Verbale en non-verbale aspecten

Verbaal is wat je met woorden zegt: woordkeuze en zinsbouw. Non-verbaal is alles daarbuiten. De stem zelf (stemklank, intonatie) valt onder de paralinguïstiek: non-verbaal maar wel vocaal . In menselijke communicatie geeft het non-verbale vaak de doorslag .

aspecttip voor een presentatie
houdingontspannen maar energiek
oogcontactzo veel mogelijk mensen in het publiek aankijken
mimiekgezichtsexpressie die past bij de inhoud
tempo en volumenet iets langzamer en iets luider dan normaal
articulatieiets nadrukkelijker, zeker bij moeilijke woorden en afkortingen
intonatielevendig, met afwisseling in intonatie en tempo

Uitspraak, klemtoon en zinsaccent

De klemtoon is een eigenschap van een bepaalde lettergreep in een woord . Klemtoon kan betekenis onderscheiden: vóórkomen (gebeuren) tegenover voorkómen (verhinderen) .

Het zinsaccent gaat over de zin als geheel. De toon gaat omhoog en omlaag, en het effect van die toonbewegingen is vooral nadruk. Zo laat je horen welke woorden nieuwe of onverwachte informatie dragen .

Standaardtaal en register

Standaardtaal is het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein . In Vlaanderen loopt standaardtaal over in tussentaal en tussentaal in dialect . Standaardtaal past bijvoorbeeld bij een leraar die voor de klas staat, een werknemer die een presentatie geeft of een nieuwslezer . De VRT zegt het zo: de taalvereiste voor presentatoren is het Standaardnederlands, maar informele gesprekken klinken anders dan presentatietaal .

Een register is aan een situatie gebonden taalgebruik, zowel qua woordkeuze als qua zinsbouw. Het belangrijkste onderscheid is dat tussen formeel en informeel taalgebruik . Een taalgebruiker past zijn taal voortdurend aan de situatie en de gesprekspartner aan .

Een typische registerkeuze is u of je. De keuze hangt af van de context en de relatie tussen de betrokkenen. De u-vorm wordt geassocieerd met beleefdheid en respect, je met vertrouwelijkheid .

Hulpmiddelen en spreekangst

Een spiekbriefje of een presentatie met dia's kan houvast bieden , maar de minimumdoelen benadrukken dat hulpmiddelen de boodschap moeten ondersteunen . Oefen vooraf; zo weet je ook hoe lang je presentatie duurt . Bij een black-out kun je even stoppen, teruggaan, je steekwoorden gebruiken, het publiek iets vragen of het punt overslaan .

Voor leerlingen met spreekangst helpt het om spreekkansen geleidelijk op te bouwen, spreekbeurten kort te houden en alternatieven aan te bieden, zoals een spreekbeurt op video of eerst alleen voor de leraar .

Samengevat

  • Spreekdoelen: informeren, beïnvloeden of vermaken. Stem af op doel én publiek.
  • Opbouw: inleiding, kern en slot; hoofd- en bijzaken; logische volgorde; pakkend begin.
  • Vertellen: begin, midden en einde; verhaalcomponenten wie, wat, waar, probleem, gevoel, oplossing.
  • Non-verbaal: houding, oogcontact, mimiek; de stem (intonatie, tempo, volume) is non-verbaal maar vocaal.
  • Klemtoon zit op een lettergreep in een woord; zinsaccent legt nadruk op nieuwe of belangrijke informatie in de zin.
  • Standaardtaal voor publieke en formele situaties; register is situatiegebonden taalgebruik (formeel of informeel). Meng geen variëteiten.
  • Hulpmiddelen alleen als ze de boodschap ondersteunen; oefen vooraf.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

17 vragen 10 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

Bronnen

  1. 1

    Zo help je leerlingen spreekangst in de klas overwinnen · Klasse (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming)

    “Ook verbale en non-verbale communicatievaardigheden komen van pas.”

    https://www.klasse.be/196729/spreekangst-in-de-klas/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs · AHOVOKS, Vlaamse overheid

    “mondeling taalgebruik: luisterbegrip, spreken, presenteren, vertellen en interactievaardigheden”

    https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/86571

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Redevoering · Wikipedia (nl)

    “Een redevoering of toespraak is een gestructureerde, overwogen voordracht, en wil de toehoorders informeren, beïnvloeden of vermaken.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Redevoering

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Een presentatie houden · Universiteit van Amsterdam

    “Bedenk dus een structuur met een inleiding, een kern van je betoog en een afsluiting.”

    https://student.uva.nl/informatie/een-presentatie-houden

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    Eindtermen lager onderwijs (LO_V1_0) · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V1_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    Verhaalpicto's inzetten als houvast om verhalen te begrijpen en zelf te vertellen (workshop Taal Telt, 6 mei 2024) · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming (Nele Martens en Helena Taelman)

    “Vanaf L1: wie wat waar probleem gevoel oplossing”

    https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestanden/taal-telt-6-5-2024-workshop-1-9.pdf

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    Non-verbale communicatie · Wikipedia (nl)

    “non-verbaal + vocaal = stemtaal en paralinguïstiek (o.a. stemklank, intonatie)”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Non-verbale_communicatie

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  9. 9

    Presentatie uitvoeren (Talencentrum) · Rijksuniversiteit Groningen

    “Maak zo veel mogelijk oogcontact met zo veel mogelijk mensen uit het publiek.”

    https://www.rug.nl/language-centre/develop-yourself/academic/spreken/presenteren/uitvoeren

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  10. 10

    Klemtoon · Wikipedia (nl)

    “De klemtoon of het accent is in de taalkunde een bijzondere eigenschap van een bepaalde lettergreep in een woord.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Klemtoon

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  11. 11

    Klankencyclopedie van het Nederlands (37): het hoedpatroon · Neerlandistiek (Marc van Oostendorp)

    “We laten ermee horen welke woorden in de zin extra aandacht behoeven omdat ze de nieuwe of onverwachte delen van de zin aanduiden.”

    https://neerlandistiek.nl/2013/05/klankencyclopedie-van-het-nederlands-37-het-hoedpatroon

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  12. 12

    Wat is standaardtaal? (algemeen) · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)

    “We verstaan onder de Nederlandse standaardtaal het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein”

    https://taaladvies.net/wat-is-standaardtaal-algemeen/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  13. 13

    standaardtaal, tussentaal en dialect (taalkundige termen) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “Een taalgebruiker past zijn taal dus voortdurend aan de situatie en de gesprekspartner aan”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/taaladviezen/woordgebruik/standaardtaal/standaardtaal-tussentaal-en-dialect-taalkundige-termen

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  14. 14

    VRT reageert op gebruik tussentaal: "We laten ruimte voor taalvariatie, maar correct Nederlands blijft uitgangspunt" · VRT NWS

    “De taalvereiste voor onze presentatoren is en blijft het Standaardnederlands.”

    https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/02/13/tussentaal-reactie-vrt/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  15. 15

    Register (taalkunde) · Wikipedia (nl)

    “Met register wordt aan een bepaalde situatie gebonden taalgebruik bedoeld, zowel wat betreft woordkeus als zinsbouw.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Register_(taalkunde)

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  16. 16

    U of je? (Heerlijk Helder) · Vlaamse overheid, Vlaanderen Intern

    “De keuze voor u of je wordt bepaald door de context en de relatie tussen de betrokkenen.”

    https://www.vlaanderen.be/intern/werkplek/ondersteuning/heerlijk-helder/u-of-je

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons