KKennisToetsLager onderwijs

Beeldspraak en stijlfiguren

Wat een stijlfiguur is; beeldspraak (vergelijking, metafoor, personificatie); overdrijving, herhaling, alliteratie, klanknabootsing, contrast; en daarnaast eufemisme, ironie en climax.

8 min lezen 6 doelen15 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Dichters, schrijvers, reclamemakers en kinderen zelf spelen met taal. De minimumdoelen vragen dat leerlingen figuurlijk taalgebruik kennen (4de leerjaar) en woorden genuanceerd en gepast inzetten, met steeds hogere abstractiegraad en figuurlijk taalgebruik (6de leerjaar) . Metaforisch taalgebruik staat ook in de begrippenlijst van de eindtermen . Wie stijlfiguren herkent, begrijpt teksten beter en kan ze bewust gebruiken in een eigen gedicht of verhaal.

Wat is een stijlfiguur?

Een stijlfiguur is het doelbewuste gebruik van een of meer woorden die afwijken van de gebruikelijke betekenis . Het woord doelbewust is belangrijk: een onbedoelde afwijking van de taalconventies heet geen stijlfiguur, maar een stijlfout .

Beeldspraak

Beeldspraak is de vervanging van letterlijk door figuurlijk, overdrachtelijk taalgebruik . Je beschrijft iets (het verbeelde) met behulp van iets anders (het beeld).

Vergelijking

Bij een vergelijking worden het beeld en het verbeelde allebei genoemd , verbonden door een vergelijkend woord zoals als, zoals of gelijk .

  • Haar handen waren koud als ijs. (verbeelde: haar handen; beeld: ijs)
  • Hij sliep als een roos.

Metafoor

Een metafoor is een vergelijking waaruit het vergelijkende woord (als, zoals) en de vergelijkingsgrond weggelaten zijn . Het kind is een engel betekent dat het kind zo lief is als een engel . Soms geeft een metafoor zelfs alleen het beeld, zonder het verbeelde : De zilveren schijf hing boven de daken (de maan wordt niet genoemd).

Personificatie

Bij een personificatie worden dieren, levenloze dingen of abstracte begrippen als mensen voorgesteld of krijgen ze menselijke eigenschappen .

  • De wind huilde om het huis.
  • De zon lachte ons toe.

Andere stijlfiguren

stijlfiguuromschrijvingvoorbeeld
overdrijving (hyperbool)een sterke overdrijving, vaak met komische bedoeling, om de kracht van wat je zegt te verhogen Ik heb je al duizend keer gezegd dat je je jas moet ophangen.
herhaling (anafoor)hetzelfde woord of dezelfde woordgroep herhalen aan het begin van opeenvolgende verzen of zinnen Ik wil een fiets. Ik wil een hond. Ik wil een huis aan zee.
alliteratiemedeklinkerrijm, meestal aan het begin van woorden; ook beginrijm Zeven zotte zeehonden zwommen in zee.
klanknabootsing (onomatopee)een woord dat lijkt op de klank van wat het aanduidt, zoals koekoek De klok tikte. Boem! De deur sloeg dicht.
contrast (antithese)twee tegengestelde begrippen tegenover elkaar plaatsen Buiten was het ijskoud, binnen gloeide de kachel.
eufemismeeen verzachtende aanduiding van iets onaangenaams Opa is ingeslapen (opa is gestorven).
ironieeen contrast tussen wat je schijnbaar zegt en wat je echt bedoelt Mooi weer vandaag, terwijl het met bakken uit de lucht valt.
climaxeen opklimmende reeks Hij liep, hij rende, hij vloog naar huis.

Waarom gebruiken schrijvers stijlfiguren?

Beeldspraak geeft vaak een aanschouwelijkere voorstelling en kan betekenisaspecten accentueren . Een overdrijving verhoogt de kracht van wat je zegt . Alliteratie, herhaling en klanknabootsing spelen vooral met de klank van woorden, en passen daarom goed in gedichten en versjes die voorgelezen of opgezegd worden.

Samengevat

  • Stijlfiguur: doelbewuste afwijking van het gewone taalgebruik; onbedoeld is het een stijlfout.
  • Vergelijking: beeld en verbeelde, verbonden door als of zoals.
  • Metafoor: vergelijking zonder als; soms alleen het beeld.
  • Personificatie: dingen, dieren of begrippen krijgen menselijke eigenschappen.
  • Overdrijving (hyperbool), herhaling (anafoor), alliteratie (beginrijm), klanknabootsing (onomatopee), contrast (antithese).
  • Ook: eufemisme (verzachten), ironie (het omgekeerde bedoelen), climax (opklimmende reeks).

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

17 vragen 12 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

Bronnen

  1. 1

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Eindtermen lager onderwijs (LO_V1_0) · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V1_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Stijlfiguur · Wikipedia (nl)

    “Een onbedoelde afwijking van de taalconventies wordt geen 'stijlfiguur' genoemd, maar 'stijlfout'.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Stijlfiguur

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    beeldspraak, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “ter aanduiding van de vervanging van letterlijk door figuurlijk, overdrachtelijk taalgebruik”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02044.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    vergelijking, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “Vorm van beeldspraak (metafoor) waarbij het beeld en het verbeelde beide worden genoemd.”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02924.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    metafoor, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “De metafoor wordt dan gezien als een vergelijking waaruit de vergelijkingsgrond en het vergelijkend partikel (als, zoals, gelijk) zijn weggelaten.”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02392.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    personificatie, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “waarbij dieren, levenloze dingen, voorwerpen of abstracties als menselijke wezens worden voorgesteld of er eigenschappen van toebedeeld krijgen”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_04815.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    hyperbool, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “Sterke overdrijving in de uitdrukking, vaak met komische of ironische intentie (humor), die de kracht van het gezegde wil verhogen.”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00950.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  9. 9

    anafoor, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “Het herhalen (repetitio) van eenzelfde woord(groep) aan het begin van twee of meer opeenvolgende verzen (vers-1), strofen, zinnen of zinsdelen.”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_01999.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  10. 10

    alliteratie, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “Vorm van medeklinkerrijm, meestal aan het begin van woorden, in het laatste geval ook wel beginrijm (als tegenovergestelde van eindrijm) genoemd.”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_01996.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  11. 11

    klanknabootsing, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “op grond van overeenkomst tussen de klank ervan en een akoestisch kenmerk van de zaak die door het woord wordt aangeduid, bijv. koekoek”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02349.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  12. 12

    antithese, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “die bestaat uit het tegenover elkaar plaatsen van twee noties”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02012.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  13. 13

    eufemisme, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “De verzachtende aanduiding van iets dat schrikaanjagend, onaangenaam of aanstootgevend voorkomt.”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00628.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  14. 14

    ironie, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “houdt het ironisch effect verband met een contrast tussen wat schijnbaar gezegd, getoond of gesuggereerd wordt en de werkelijke betekenis van de uiting of situatie”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_00964.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  15. 15

    climax, Algemeen letterkundig lexicon · DBNL, Algemeen letterkundig lexicon (2012-....)

    “In het algemeen geeft deze term een opklimmende reeks aan”

    https://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_02080.php

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons