Leestekens en woordtekens
Punt, vraagteken, uitroepteken, komma, dubbele punt, aanhalingstekens en haakjes, en de woordtekens trema, koppelteken, apostrof en accent, plus afkortingen, initiaalwoorden en letterwoorden.
Waarom dit ertoe doet
Leestekens sturen hoe een lezer een zin begrijpt: We gaan eten, kinderen! betekent iets anders dan We gaan eten kinderen! Woordtekens zoals het trema en de apostrof zorgen dat een woord juist gelezen wordt. De minimumdoelen noemen voor het 4de leerjaar de punt, het vraagteken, het uitroepteken, de komma, de dubbele punt en de spatie, en voor het 6de leerjaar dubbele aanhalingstekens, haakjes, trema, koppelteken, apostrof, accent en soorten afkortingen .
Leestekens
Een leesteken is een teken dat je in een tekst gebruikt om de leesbaarheid te verbeteren . Voor een punt, komma, dubbele punt, puntkomma, uitroepteken en vraagteken komt geen spatie; erna wel .
Punt, vraagteken en uitroepteken
Deze drie tekens sluiten een zin af :
- de punt na een mededelende zin: Het regent.
- het vraagteken na een vraag: Regent het?
- het uitroepteken na een uitroep of een krachtig bevel: Wat regent het hard! Doe de deur dicht!
De komma
De komma geeft een korte pauze aan en maakt de zinsbouw zichtbaar. De belangrijkste regels:
- Opsomming: tussen de delen een komma, maar vóór het laatste deel met en meestal niet: auto's, fietsen, brommers en motoren .
- Twee persoonsvormen: tussen twee persoonsvormen komt in het algemeen een komma: Toen ze dat verteld had, begon iedereen te juichen.
- Bijzin vooraan: staat de bijzin voorop, dan volgt er vaak een komma: Omdat hij een hekel had aan de tram, pakte hij vaak de fiets. Voor het voegwoord dat is meestal geen komma nodig: Hij vertelde dat hij iets gezien had.
- Maar en want: voor deze nevenschikkende voegwoorden komt meestal een komma, zeker in lange zinnen .
De dubbele punt
De dubbele punt kondigt iets aan: een opsomming, een citaat of een uitleg. Na een dubbele punt schrijf je een hoofdletter als er een citaat volgt of een opsomming van volledige zinnen; anders een kleine letter :
- Geert jammerde: 'Hoe kon het toch zo uit de hand lopen?'
- Eén ding stond vast: dit mocht nooit meer gebeuren.
Aanhalingstekens
Aanhalingstekens zet je rond een citaat of de letterlijke woorden van iemand (directe rede). Zowel dubbele ("...") als enkele ('...') aanhalingstekens zijn toegestaan; er bestaat geen vaste regel, dus kies één systeem en wees consequent. Een citaat binnen een citaat krijgt het andere type . Woorden die je ironisch of in een bijzondere betekenis gebruikt, zet je tussen enkele aanhalingstekens; dubbele gebruik je vrijwel alleen voor citaten .
Mama zei: "Ruim je kamer op."
Haakjes
Ronde haakjes gebruik je meestal om een verduidelijking, verklaring of toevoeging in te voegen . Staat dat stuk midden in een zin, dan begint het met een kleine letter en eindigt het zonder punt: De walvis (een zoogdier) ademt met longen.
Woordtekens
Trema en koppelteken bij klinkerbotsing
Van klinkerbotsing spreek je als in een woord klinkers op elkaar volgen die je ook samen als één klank zou kunnen lezen . Je scheidt ze met een trema of met een koppelteken:
- Trema in een ongeleed woord, een afleiding of een verbogen of vervoegde vorm: ruïne, poëzie, geïnteresseerd, beëindigen, coördinatie, zeeën . Ook in samengestelde telwoorden: tweeëntwintig .
- Koppelteken tussen de delen van een samenstelling: zee-egel, auto-ongeluk, mini-ijsje, mee-eter .
Een koppelteken gebruik je ook als op de grens van twee delen een hoofdletter staat (anti-Amerikaans); verder schrijf je samenstellingen gewoon aaneen .
Apostrof
De apostrof heeft drie functies:
- Weglating van letters: 's avonds, zo'n, 'k. Begint een zin met zo'n verkorte vorm, dan krijgt het volgende woord de hoofdletter: 's Avonds .
- Meervoud na een lange klinker die je met één letter schrijft: auto's, menu's .
- Bezit: de bezits-s schrijf je aan het grondwoord vast (Jans boek, vaders jas), maar na een lange klinker met één letter komt een apostrof (Lea's album) en na een s-klank alleen een apostrof zonder s (Max' fiets) .
Accenten
Accenttekens zijn extra tekens op klinkers die de uitspraak of de klemtoon aangeven .
- Uitspraaktekens schrijf je in Franse leenwoorden alleen als ze nodig zijn voor de Nederlandse uitspraak: café, comité, maar hotel, diner zonder accent .
- Klemtoontekens gebruik je alleen om verkeerd lezen te voorkomen: Ik ben vóór jou tegenover Dat is voor jou; één alleen als je anders het lidwoord een zou lezen .
Afkortingen, initiaalwoorden en letterwoorden
| soort | uitspraak | spelling | voorbeelden |
|---|---|---|---|
| echte afkorting | als het volledige woord | met punt(en) | bv., d.w.z., a.u.b. |
| initiaalwoord | letter per letter | geen punten; soortnaam klein, eigennaam hoofdletters | tv, btw, cd; VRT, NMBS |
| letterwoord | als een gewoon woord | geen punten; soortnaam klein, eigennaam tot 4 letters in hoofdletters | laser, pin, vip; NAVO, NASA |
Een echte afkorting spreek je uit als het woord waarvoor ze staat en schrijf je met een of meer punten . Een initiaalwoord bestaat uit beginletters die je letter per letter uitspreekt; als soortnaam schrijf je het zonder punten en met kleine letters . Een letterwoord spreek je uit als een gewoon woord; als soortnaam ook zonder punten en met kleine letters . Initiaalwoorden krijgen in het meervoud 's: cd's, pc's .
Samengevat
- Punt, vraagteken, uitroepteken sluiten een zin af; geen spatie voor een leesteken.
- Komma: geen komma voor en in een opsomming, wel tussen twee persoonsvormen, meestal na een vooropgeplaatste bijzin en voor maar en want.
- Hoofdletter na een dubbele punt alleen bij een citaat of een opsomming van volledige zinnen.
- Aanhalingstekens rond een citaat; haakjes voor een toevoeging.
- Trema bij klinkerbotsing in afleidingen en verbogen vormen, koppelteken bij klinkerbotsing in samenstellingen.
- Apostrof bij weglating, bij -'s na een lange klinker en bij sommige bezitsvormen.
- Echte afkorting met punten; initiaalwoord en letterwoord zonder punten.
Test wat je onthouden hebt
Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.
Officiële doelen in deze les
Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 1.4.5
De leerling kent spelling:
- interpunctietekens: dubbele aanhalingstekens, haakjes;
- woordtekens: trema, koppelteken, apostrof, accent, soorten afkortingen.
- Minimumdoel 4de leerjaar · 1.4.8
De leerlingen kennen spelling:
- klanktekenkoppeling, letters, alfabetisch principe;
- interpunctietekens: punt, vraagteken, uitroepteken, komma, dubbele punt, spatie.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 1.2.4
De leerling kan de volgende categorieën van woorden spellen:
-
woorden met hoofdletters: afleidingen van aardrijkskundige namen, namen van historische gebeurtenissen, namen van bedrijven, gebouwen en merken;
-
woorden die anders uitgesproken worden dan geschreven;
< bv. station, actie, concert, succes, accu, quotiënt, examen, journaal, team, premier > -
woorden met vrije klinkers ee, o, u, ie, i, oe, ai, in een open of gesloten lettergreep;
< bv. café, diner, trainen, ruw, eventueel, fabrikant, radio, historisch, baby, bijzonder, journaal, militair > -
woorden met de achtervoegsels -isch(e), -air(e), -iaal, -eaal, -ueel, -ieel;
-
vakspecifieke woorden uit het Latijn of Grieks;
< bv. fauna, flora, fotografie > -
onregelmatige verkleinwoorden;
-
meervouden op -ie en -ee;
< bv. kopieën en zeeën > -
afwijkende meervouden;
< bv. musea, centra > -
frequent gebruikte afkortingen, initiaalwoorden en letterwoorden;
-
frequent gebruikte woorden met koppelteken, apostrof, trema en accent.
-
- Minimumdoel 6de leerjaar · 1.2.6
De leerling kan samengestelde zinnen en teksten schrijven met aandacht voor zinsstructuur, gebruik van hoofdletters en interpunctie.
Bronnen
- 1
Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming
https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 2
Leesteken · Wikipedia (nl)
“Een leesteken is een teken dat in tekst gebruikt wordt om de leesbaarheid te verbeteren.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/LeestekenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 3
Wel of geen spaties voor en na leestekens en symbolen (algemeen) · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Vóór een punt, een komma, een dubbele punt, een puntkomma, een uitroepteken en een vraagteken komt geen spatie.”
https://taaladvies.net/wel-of-geen-spaties-voor-en-na-leestekens-en-symbolen-algemeen/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 4
Komma voor laatste lid van een opsomming · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Als het laatste lid met en achter de rest wordt gevoegd, dan komt er vóór en meestal geen komma.”
https://taaladvies.net/komma-voor-laatste-lid-van-een-opsomming/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 5
Komma tussen twee werkwoordsvormen · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Ja, tussen twee persoonsvormen komt in het algemeen een komma.”
https://taaladvies.net/komma-tussen-twee-werkwoordsvormen/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 6
Komma tussen hoofdzin en bijzin bij onderschikkende voegwoorden · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Als de bijzin voorop staat, wordt vaak een komma geschreven.”
https://taaladvies.net/komma-tussen-hoofdzin-en-bijzin-bij-onderschikkende-voegwoorden/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 7
Komma voor 'maar' en 'want' · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Voor de nevengeschikte voegwoorden maar en want komt meestal een komma, zeker bij lange zinnen.”
https://taaladvies.net/komma-voor-maar-en-want/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 8
Hoofdletter na dubbele punt · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Ja, als er na de dubbele punt een citaat volgt of als er een opsomming volgt van volledige zinnen.”
https://taaladvies.net/hoofdletter-na-dubbele-punt/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 9
Aanhalingstekens (algemeen) · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Enkele aanhalingstekens kunnen een citaat markeren”
https://taaladvies.net/aanhalingstekens-algemeen/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 10
Ronde haakjes, gebruik van · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Ronde haakjes worden meestal gebruikt om een verduidelijking, verklaring of toevoeging in te voegen.”
https://taaladvies.net/gebruik-van-ronde-haakjes/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 11
Klinkerbotsing · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Van klinkerbotsing is sprake als in een woord klinkers op elkaar volgen”
https://taaladvies.net/termen-klinkerbotsing/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 12
Aaneenschrijven - 02. Klinkerbotsing (koppelteken of trema) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Schrijf een koppelteken bij klinkerbotsing tussen de delen van een samenstelling.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/aaneenschrijven/aaneenschrijven-02-klinkerbotsing-koppelteken-of-tremaGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 13
Aaneenschrijven - 01. Hoofdregels (los of aaneen, koppelteken of trema) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Schrijf samenstellingen en afleidingen aaneen.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/aaneenschrijven/aaneenschrijven-01-hoofdregels-los-of-aaneen-koppelteken-of-tremaGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 14
's Avonds / 'S avonds (hoofdletter?) · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
“Als de zin met een apostrof begint, krijgt het eerstvolgende volledige woord in de zin de hoofdletter.”
https://taaladvies.net/s-avonds-of-s-avonds-hoofdletter/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 15
Zelfstandige naamwoorden - 2. Spelling van meervouden · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Schrijf -ieën in het meervoud van grondwoorden op -ie als de -ie in het meervoud beklemtoond is.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/zelfstandige-naamwoorden/zelfstandige-naamwoorden-2-spelling-van-meervoudenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 16
Zelfstandige naamwoorden - 1. Spelling van bezitsvormen (bezits-s, apostrof, genitief) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Schrijf de bezits-s aan het grondwoord vast.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/zelfstandige-naamwoorden/zelfstandige-naamwoorden-1-spelling-van-bezitsvormen-bezits-s-apostrof-genitiefGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 17
Klinkers - 2. Gebruik van accenten (accenttekens, uitspraaktekens, klemtoontekens) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Schrijf in Franse leenwoorden alleen uitspraaktekens als ze nodig zijn voor de uitspraak in het Nederlands.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/klinkers/klinkers-2-gebruik-van-accenten-accenttekens-uitspraaktekens-klemtoontekensGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 18
Afkortingen - 1. Spelling van echte afkortingen · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Schrijf een echte afkorting met een of meer punten.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/afkortingen/afkortingen-1-spelling-van-echte-afkortingenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 19
Basisbegrippen in verband met spelling (taalkundige termen) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Een lettergreep is open als die op een lange klinker of een tweeklank eindigt”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/basisbegrippen-in-verband-met-spelling-taalkundige-termenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 20
Afkortingen - 3. Spelling van initiaalwoorden · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Schrijf een initiaalwoord dat als soortnaam gebruikt wordt, zonder punten en met kleine letters.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/afkortingen/afkortingen-3-spelling-van-initiaalwoordenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 21
Afkortingen - 4. Spelling van letterwoorden · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Schrijf een letterwoord dat als soortnaam gebruikt wordt, zonder punten en met kleine letters.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/afkortingen/afkortingen-4-spelling-van-letterwoordenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons