KKennisToetsLager onderwijs

Voornaamwoorden

De negen soorten voornaamwoorden met hun vormen en functies, met aandacht voor die en dat, hun en zij, en de verschillen tussen wederkerend en wederkerig.

8 min lezen 3 doelen11 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Voornaamwoorden zorgen ervoor dat een tekst niet telkens dezelfde naam moet herhalen. Ze zijn ook de bron van veel taalfouten: hun hebben, het boek die, de vrouw wiens. Het voornaamwoord is een woordsoort die leerlingen tegen het einde van het 6de leerjaar kennen .

Wat is een voornaamwoord?

Een voornaamwoord verwijst naar personen, dieren of dingen, zonder die bij de naam te noemen . Bijna alle voornaamwoorden hebben dat verwijzende karakter gemeen . Traditioneel onderscheidt men negen soorten :

soortvoorbeeldzin
persoonlijkBen ik nou zo slim, of zijn jullie zo dom?
bezittelijkOnze hond kan allerlei kunstjes.
aanwijzendIk wil die fiets met dat mandje.
betrekkelijkFreya, die in het 3de leerjaar zit, leest al Harry Potter-boeken.
vragendWelke boeken zullen we meenemen?
onbepaaldIedereen kreeg een cadeautje.
wederkerendIk heb me niet gerealiseerd dat het al zo laat was.
wederkerigWe hebben elkaar net gemist.
uitroependWat een mooie foto!

Persoonlijke voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden verwijzen naar levende wezens of zaken, zonder die verder bij naam te noemen . Ze hebben een onderwerpsvorm en een niet-onderwerpsvorm :

persoononderwerpsvormniet-onderwerpsvorm
1ste enkelvoudikmij, me
2de enkelvoudjij, je, ujou, je, u
3de enkelvoudhij, zij, ze, hethem, haar, het
1ste meervoudwij, weons
2de meervoudjullie, ujullie, u
3de meervoudzij, zehen, hun, ze

Bezittelijke voornaamwoorden

Een bezittelijk voornaamwoord geeft aan dat er een bepaalde relatie is tussen een persoon, dier, ding of instantie en een zelfstandig naamwoord . De vormen zijn mijn, jouw (je), uw, zijn, haar, ons/onze, jullie, hun. Je gebruikt ons bij het-woorden en onze bij de-woorden: ons huis, onze tuin .

Aanwijzende voornaamwoorden

Aanwijzende voornaamwoorden wijzen iets of iemand aan. Bij het-woorden gebruik je dit en dat, bij de-woorden en in het meervoud deze en die; daarnaast bestaan zo'n, zulk en zulke :

  • dit boek, dat boek (het-woord);
  • deze fiets, die fiets (de-woord);
  • deze boeken, die fietsen (meervoud).

Betrekkelijke voornaamwoorden

Een betrekkelijk voornaamwoord verbindt twee zinnen met elkaar: het leidt een bijzin in die iets zegt over een woord in de hoofdzin (het antecedent) .

  • die verwijst naar de-woorden en meervoudsvormen: De sollicitant die als eerste reageerde, was ook de beste.
  • dat verwijst naar het-woorden: Het boek dat ik lees, is erg spannend.

Vragende, onbepaalde, wederkerende, wederkerige en uitroepende voornaamwoorden

  • Vragend: wie, wat, welk, welke, wat voor (een), wiens. Ze vragen naar personen of dingen .
  • Onbepaald: ze verwijzen niet naar specifieke personen of zaken: alles, elk, ieder, iedereen, iemand, iets, en volgens sommige grammatica's ook sommige, enkele, alle .
  • Wederkerend: het voornaamwoord verwijst meestal terug naar het onderwerp van de zin: Jan wast zich. Ik heb me vergist.
  • Wederkerig: elkaar drukt uit dat twee of meer personen iets over en weer doen: Johan en Pieter verdedigen elkaar.
  • Uitroepend: in een uitroep: Wat een mooie foto!

Hetzelfde woord, een andere soort

Die, dat en wat kunnen verschillende soorten voornaamwoorden zijn. Kijk naar de functie:

  • Die jas is van mij. aanwijzend (die wijst een jas aan)
  • De jas die daar hangt, is van mij. betrekkelijk (leidt een bijzin in)
  • Wat wil je drinken? vragend
  • Wat een mooie jas! uitroepend

Samengevat

  • Een voornaamwoord verwijst zonder de naam te noemen; er zijn negen soorten.
  • Persoonlijk: onderwerpsvorm (ik, zij) tegenover niet-onderwerpsvorm (mij, hen, hun); hun is nooit onderwerp.
  • Bezittelijk: mijn, jouw, uw, zijn, haar, ons/onze, jullie, hun.
  • Aanwijzend: dit, dat (het-woorden), deze, die (de-woorden en meervoud).
  • Betrekkelijk: die bij de-woorden en meervoud, dat bij het-woorden.
  • Wederkerend (zich) tegenover wederkerig (elkaar).
  • De functie in de zin bepaalt de soort.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

10 vragen 9 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 1.4.6

    De leerling kent woorden:

    • woordsoorten: voornaamwoord;
    • werkwoordtijden: toekomende tijd, voltooid deelwoord.
  • Minimumdoel 6de leerjaar · 1.4.9

    De leerling kan inzichten in het taalsysteem toepassen en erover reflecteren.

  • Eindterm · 6.5

    Met het oog op doeltreffende communicatie kunnen de leerlingen in voor hen relevante en concrete taalgebruikssituaties en op hun niveau bij de eindtermen Nederlands reflecteren op een aantal aspecten van het taalsysteem met betrekking tot:

    • klanken, woorden, zinnen, teksten;
    • spellingvormen;
    • betekenissen.

Bronnen

  1. 1

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Voornaamwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Een voornaamwoord is een woord dat verwijst naar personen, dieren of dingen, zonder die bij de naam te noemen.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/voornaamwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    ANS 5.1.1 Indeling en karakterisering van de voornaamwoorden · Algemene Nederlandse Spraakkunst (e-ANS), Instituut voor de Nederlandse Taal

    “Semantisch hebben de voornaamwoorden, op een enkele uitzondering na, een verwijzend karakter gemeen.”

    https://e-ans.ivdnt.org/topics/pid/ans050101lingtopic

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Persoonlijk voornaamwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Persoonlijke voornaamwoorden verwijzen naar levende wezens of zaken, zonder die verder bij de naam te noemen”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/persoonlijk-voornaamwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Bezittelijk voornaamwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “geven aan dat er een bepaalde relatie is tussen een persoon, dier, ding of instantie”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/bezittelijk-voornaamwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    Aanwijzend voornaamwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Het wijst met enige nadruk een bepaalde persoon aan.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/aanwijzend-voornaamwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    Betrekkelijk voornaamwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Die verwijst naar de-woorden en meervoudsvormen.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/betrekkelijk-voornaamwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    Vragend voornaamwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “wie, wat, welk, welke, wat voor (een), wiens”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/vragend-voornaamwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  9. 9

    Onbepaald voornaamwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Onbepaalde voornaamwoorden verwijzen, anders dan andere voornaamwoorden, niet naar specifieke personen of zaken.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/onbepaald-voornaamwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  10. 10

    ANS 5.3.1 Het wederkerend voornaamwoord: inleiding · Algemene Nederlandse Spraakkunst (e-ANS), Instituut voor de Nederlandse Taal

    “Dat antecedent is heel dikwijls het onderwerp van de zin waarin het wederkerend voornaamwoord voorkomt”

    https://e-ans.ivdnt.org/topics/pid/ans050301lingtopic

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  11. 11

    ANS 5.4.1 Het wederkerig voornaamwoord: inleiding · Algemene Nederlandse Spraakkunst (e-ANS), Instituut voor de Nederlandse Taal

    “Johan en Pieter verdedigen elkaar.”

    https://e-ans.ivdnt.org/topics/pid/ans050401lingtopic

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons