KKennisToetsLager onderwijs

Werkwoordsvormen en werkwoordstijden

Infinitief, stam, uitgang, persoonsvorm, voltooid deelwoord en gebiedende wijs; zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden; de tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd.

8 min lezen 6 doelen14 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Een werkwoord geeft aan welke handeling, toestand of welk proces in de zin centraal staat . Om werkwoorden juist te spellen en zinnen te ontleden, moet je de vormen en tijden van het werkwoord kunnen benoemen. De minimumdoelen vragen de termen grondwoord, stam, uitgang en infinitief, de werkwoordstijden (tegenwoordige, verleden en toekomende tijd), het voltooid deelwoord en de gebiedende wijs .

Werkwoordsvormen

vormwat het isvoorbeeld met werkenvoorbeeld met lopen
infinitief (hele werkwoord)onbepaalde wijs, de vorm in het woordenboekwerkenlopen
stambasisvorm waarvan de vervoegde vormen afgeleid zijnwerkloop
uitgangwat je aan de stam toevoegt-t, -en, -te, -ten-t, -en
persoonsvormvervoegde vorm die bij het onderwerp past(hij) werkt, werkte(hij) loopt, liep
voltooid deelwoordgeeft aan dat een handeling voltooid isgewerktgelopen
gebiedende wijsvorm voor een bevel of verzoekWerk!Loop!
  • De infinitief of onbepaalde wijs is een vormcategorie van het werkwoord: Ik wil daar niet aan denken .
  • De stam is de basisvorm waarvan de vervoegde vormen afgeleid zijn: de stam van lopen is loop .
  • Bij het vervoegen voeg je aan de stam een uitgang toe .
  • De persoonsvorm is de vervoegde vorm van het werkwoord .
  • Het voltooid deelwoord geeft aan dat een handeling voltooid is .
  • De gebiedende wijs is een werkwoordsvorm voor zinnen die een gebod of bevel uitdrukken . Ze heeft geen onderwerp en dezelfde vorm als de ik-vorm: Loop door. Spreek je iemand met u aan, dan gebruik je stam + t: Gaat u zitten!

Soorten werkwoorden

Zelfstandig werkwoord (hoofdwerkwoord): het werkwoord dat de eigenlijke betekenis draagt: Lien fietst.

Hulpwerkwoorden voegen in combinatie met het hoofdwerkwoord een betekenis toe :

  • van tijd: hebben en zijn (voltooide tijden) en zullen (toekomende tijd) ;
  • van de lijdende vorm: worden en zijn: Het huis wordt geverfd ;
  • van modaliteit: kunnen, moeten, mogen, willen en ook zullen .

Koppelwerkwoorden komen voor in zinnen met een naamwoordelijk gezegde. Er zijn er negen: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen . Ze vormen samen met een naamwoordelijk deel de betekeniskern van het gezegde : De soep is koud.

Werkwoordstijden

Onze Taal onderscheidt acht tijden . Alleen de onvoltooid tegenwoordige en de onvoltooid verleden tijd hebben een eigen vorm; de andere tijden maak je met hulpwerkwoorden .

tijdafkortingvoorbeeld
onvoltooid tegenwoordige tijdottik werk, ik lees
onvoltooid verleden tijdovtik werkte, ik las
voltooid tegenwoordige tijdvttik heb gewerkt, ik heb gelezen
voltooid verleden tijdvvtik had gewerkt, ik had gelezen
onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdotttik zal werken, ik zal lezen
voltooid tegenwoordige toekomende tijdvtttik zal gewerkt hebben
onvoltooid verleden toekomende tijdovttik zou werken
voltooid verleden toekomende tijdvvttik zou gewerkt hebben

In de lagere school gebruik je vooral vier namen: de tegenwoordige tijd (ik werk), de verleden tijd (ik werkte), de voltooide tijd (ik heb gewerkt, ik had gewerkt) en de toekomende tijd (ik zal werken). De eindtermen noemen tegenwoordige tijd en verleden tijd als termen ; de minimumdoelen van het 6de leerjaar voegen de toekomende tijd en het voltooid deelwoord toe .

Samengevat

  • Werkwoordsvormen: infinitief, stam, uitgang, persoonsvorm, voltooid deelwoord, gebiedende wijs.
  • De gebiedende wijs is de ik-vorm (Loop door!), met u stam + t (Gaat u zitten!).
  • Hulpwerkwoorden van tijd (hebben, zijn, zullen), van de lijdende vorm (worden, zijn) en modale (kunnen, moeten, mogen, willen).
  • Negen koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen.
  • Acht tijden; alleen ott en ovt hebben een eigen vorm.
  • Voltooid = met voltooid deelwoord; tegenwoordig of verleden hangt af van de persoonsvorm.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

11 vragen 8 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 1.4.9

    De leerlingen kennen woorden:

    • woordvorming: enkelvoud, meervoud en verbuiging, vervoeging, samenstelling, afleiding;
    • woordsoorten: zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, lidwoord, telwoord, voorzetsel, voegwoord, werkwoord;
    • werkwoordstijden: tegenwoordige tijd, verleden tijd.
  • Minimumdoel 6de leerjaar · 1.4.6

    De leerling kent woorden:

    • woordsoorten: voornaamwoord;
    • werkwoordtijden: toekomende tijd, voltooid deelwoord.
  • Minimumdoel 6de leerjaar · 1.4.7

    De leerling kent woorden: grondwoord, voorvoegsel, achtervoegsel, verkleinwoord, stam, uitgang, infinitief.

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 1.4.8

    De leerling kent zinnen en zinsdelen:

    • meewerkend en lijdend voorwerp;
    • naamwoordelijk en werkwoordelijk gezegde;
    • soorten zinnen: enkelvoudige en samengestelde zinnen, ontkennende zin;
    • gebiedende wijs.

Bronnen

  1. 1

    Werkwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Een werkwoord is een woord dat aangeeft welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/werkwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Infinitief · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)

    “De infinitief (of: onbepaalde wijs) is een vormcategorie van het werkwoord.”

    https://taaladvies.net/termen-infinitief/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Stam · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)

    “De stam van lopen is loop, de stam van gaan is ga.”

    https://taaladvies.net/termen-stam/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Basisbegrippen in verband met spelling: grondwoord, voor- en achtervoegsel · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “De voor- en achtervoegsels zijn de delen die niet als afzonderlijk woord bestaan”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/basisbegrippen-in-verband-met-spelling-taalkundige-termen

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    Persoonsvorm (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “De persoonsvorm is de vervoegde vorm van het werkwoord.”

    https://onzetaal.nl/taalloket/persoonsvorm

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    Voltooid deelwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Het voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die aangeeft dat een handeling voltooid is.”

    https://onzetaal.nl/taalloket/voltooid-deelwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    Gebiedende wijs · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)

    “De gebiedende wijs (of: imperatief) is een werkwoordsvorm die wordt gebruikt in zinnen die een gebod of bevel uitdrukken.”

    https://taaladvies.net/termen-gebiedende-wijs/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  9. 9

    Gebiedende wijs · Wikipedia (nl)

    “dezelfde vorm als de persoonsvorm eerste persoon enkelvoud (ik-vorm)”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Gebiedende_wijs

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  10. 10

    Hulpwerkwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Een hulpwerkwoord voegt in combinatie met het hoofdwerkwoord een betekenis toe aan de zin.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/hulpwerkwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  11. 11

    ANS 2.2.2 Zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden · Algemene Nederlandse Spraakkunst (e-ANS), Instituut voor de Nederlandse Taal

    “Koppelwerkwoorden komen voor in naamwoordelijke gezegdes.”

    https://e-ans.ivdnt.org/topics/pid/ans020202lingtopic

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  12. 12

    Koppelwerkwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Een koppelwerkwoord is een werkwoord dat voorkomt in zinnen met een naamwoordelijk gezegde.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/koppelwerkwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  13. 13

    Werkwoordstijden (welke zijn er?) · Genootschap Onze Taal

    “Alleen de onvoltooid tegenwoordige tijd en de onvoltooid verleden tijd hebben een eigen vorm.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/werkwoordstijden

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  14. 14

    Eindtermen lager onderwijs (LO_V1_0) · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V1_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons