KKennisToetsLager onderwijs

Werkwoordspelling: de tegenwoordige tijd

De stam, de ik-vorm, stam + t, de inversie met je en jij, werkwoorden met een stam op d of t, onregelmatige werkwoorden en de gebiedende wijs.

8 min lezen 6 doelen8 bronnen

Waarom dit ertoe doet

De d/t-fout is de bekendste spellingfout in het Nederlands, en precies daarom weegt ze zwaar in toetsen en in de ogen van ouders en collega's. Het goede nieuws: de tegenwoordige tijd volgt een klein aantal vaste regels die altijd werken, ook bij werkwoorden met een stam op d. De minimumdoelen vragen dat leerlingen deze regels aan het einde van het 4de leerjaar toepassen .

Stap 1: bepaal de stam

De stam is de basisvorm van een werkwoord, waarvan de vervoegde vormen afgeleid zijn: de stam van lopen is loop, de stam van gaan is ga . Je vindt de stam door -en van de infinitief te halen en de gewone spellingregels toe te passen :

infinitiefstamwaarom
werkenwerkgewoon -en weg
lopenlooplange klinker in gesloten lettergreep: dubbel
zettenzetdubbele medeklinker wordt enkel
wordenwordde d blijft (gelijkvormigheid)
levenleefaan het woordeinde nooit v, wel f
reizenreisaan het woordeinde nooit z, wel s

Een stam eindigt nooit op v of z: ik leef, ik reis, ik verhuis .

Stap 2: de regels van de tegenwoordige tijd

Regel 1. Ik + stam. Ik werk, ik loop, ik word, ik vind. Er komt nooit een t achter de ik-vorm .

Regel 2. Jij, u, hij, zij, het + stam + t. Gebruik voor de tweede en derde persoon enkelvoud de stam + t : jij werkt, u loopt, hij wordt, zij vindt, het antwoordt.

Eindigt de stam al op een t, dan komt er geen tweede t bij: hij zet, zij praat, het past .

Eindigt de stam op een d, dan blijft die d staan en komt de t er gewoon achter. Je schrijft jij vindt zoals je jij werkt schrijft . Zo ontstaat de combinatie dt.

Regel 3. Wij, jullie, zij (meervoud) + stam + en. Die vorm is gelijk aan de infinitief: wij worden, jullie vinden, zij zetten .

Stap 3: let op de inversie met je en jij

Staat je of jij (het onderwerp) achter de persoonsvorm, dan valt de t weg :

  • Jij wordt → Word jij morgen tien?
  • Je vindt → Vind je dat leuk?
  • Jij antwoordt → Waarom antwoord je niet?

De Woordenlijst geeft bij worden dan ook twee jij-vormen: word (als jij achter de persoonsvorm staat) en wordt (als jij ervoor staat) .

Hoe vind je de persoonsvorm?

De regels gelden voor de persoonsvorm, de vervoegde vorm van het werkwoord die bij het onderwerp past . Je vindt hem met drie proeven :

  1. Tijdproef: zet de zin in een andere tijd. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm (hij wordt → hij werd).
  2. Getalproef: maak het onderwerp meervoud. De persoonsvorm verandert mee (hij wordt → zij worden).
  3. Vraagproef: maak er een ja-neevraag van. De persoonsvorm komt vooraan (Wordt hij tien?).

Onregelmatige werkwoorden

Enkele veelgebruikte werkwoorden volgen de regels niet :

zijnhebbenkunnenzullenwillenmogen
ikbenhebkanzalwilmag
jijbenthebtkunt / kanzult / zalwilt / wilmag
ubent / ishebt / heeftkunt / kanzult / zalwilt / wilmag
hij, zij, hetisheeftkanzalwilmag
wij, jullie, zijzijnhebbenkunnenzullenwillenmogen

Bij inversie wordt het ben jij, heb jij, kun jij of kan jij . Bij houden en snijden mag de d in de ik-vorm wegvallen: ik hou of ik houd, ik snij of ik snijd . De vorm met t blijft wel: hij houdt.

De gebiedende wijs

De gebiedende wijs (een bevel of verzoek, zonder onderwerp) heeft de vorm van de ik-vorm in de tegenwoordige tijd: de kale stam . Word wakker! Vind de fout! Kom binnen! De gebiedende wijs van zijn is wees: Wees stil! Spreek je iemand aan met u, dan gebruik je de vorm die bij u past: Komt u binnen.

Samengevat

  • Stam = infinitief min -en, met de gewone spellingregels; een stam eindigt nooit op v of z.
  • Ik + stam; jij, u, hij, zij, het + stam + t; meervoud = infinitief.
  • Stam op t: geen extra t (hij zet). Stam op d: + t (hij wordt).
  • Staat je of jij als onderwerp achter de persoonsvorm, dan valt de t weg (word jij), maar niet bij je broer of u.
  • Zijn, hebben, kunnen, zullen, willen en mogen zijn onregelmatig.
  • Gebiedende wijs = stam (Word wakker!), met u: stam + t (Komt u binnen.).

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

18 vragen 10 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

Bronnen

  1. 1

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Stam · Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)

    “De stam van lopen is loop, de stam van gaan is ga.”

    https://taaladvies.net/termen-stam/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Werkwoorden vervoegen - 1. Spelling van de stam en de tegenwoordige tijd (o.t.t.) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “Gebruik voor de tweede en derde persoon enkelvoud de stam + t.”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/werkwoorden-vervoegen/werkwoorden-vervoegen-1-spelling-van-de-stam-en-de-tegenwoordige-tijd-ott

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Medeklinkers - 1. Gelijkvormigheid in de spelling · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “Schrijf de stemloze medeklinkers /p/, /t/ en /ch/ aan het einde van een woord of lettergreep”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/medeklinkers/medeklinkers-1-gelijkvormigheid-in-de-spelling

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Woordenlijst Nederlandse Taal: worden · Woordenlijst Nederlandse Taal (Nederlandse Taalunie, Instituut voor de Nederlandse Taal)

    “worden | ik: word | jij: word | jij: wordt | u: wordt | hij/zij/het: wordt | werd | geworden”

    https://woordenlijst.org/MolexServe/lexicon/find_wordform?database=gig_pro_wrdlst&wordform=worden&paradigm=true&onlyvalid=true

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    Persoonsvorm (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “De persoonsvorm is de vervoegde vorm van het werkwoord.”

    https://onzetaal.nl/taalloket/persoonsvorm

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    Woordenlijst Nederlandse Taal: kunnen · Woordenlijst Nederlandse Taal (Nederlandse Taalunie, Instituut voor de Nederlandse Taal)

    “kunnen | ik: kan | jij: kan | jij: kun | jij: kan | jij: kunt | u: kan | u: kunt | hij/zij/het: kan”

    https://woordenlijst.org/MolexServe/lexicon/find_wordform?database=gig_pro_wrdlst&wordform=kunnen&paradigm=true&onlyvalid=true

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    Werkwoorden vervoegen - 4. Spelling van de gebiedende wijs (imperatief) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “Gebruik voor de gebiedende wijs de vorm van de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd.”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/werkwoorden-vervoegen/werkwoorden-vervoegen-4-spelling-van-de-gebiedende-wijs-imperatief

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons