KKennisToetsLager onderwijs

Werkwoordspelling: verleden tijd en voltooid deelwoord

Zwakke werkwoorden en 't kofschip, sterke en onregelmatige werkwoorden, het voltooid deelwoord op d of t, bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord en de toekomende tijd.

9 min lezen 5 doelen9 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Na de tegenwoordige tijd volgen de vormen waarbij leerlingen (en volwassenen) het vaakst twijfelen: verhuisde of verhuisten, gebeurd of gebeurt, de geplande uitstap of de geplante uitstap. De minimumdoelen vragen dat leerlingen zwakke en sterke werkwoorden in de verleden tijd spellen (4de leerjaar) en de spellingregels toepassen in de tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd (6de leerjaar) .

Zwakke en sterke werkwoorden

Zwakke (regelmatige) werkwoorden maken de verleden tijd met een uitgang achter de stam: werken, werkte, gewerkt. Sterke werkwoorden veranderen van klinker: lopen, liep, gelopen. De Algemene Nederlandse Spraakkunst spreekt van regelmatige en onregelmatige werkwoorden en merkt op dat de regelmatige in andere grammatica's vaak zwakke werkwoorden genoemd worden . In de lagere school gebruik je zwak en sterk.

De verleden tijd van zwakke werkwoorden: 't kofschip

Een zwak werkwoord krijgt in de verleden tijd -te(n) of -de(n) achter de stam. Welke uitgang het wordt, hangt af van de laatste klank van de stam :

  • Eindigt de stam op een stemloze medeklinker uit 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan krijg je -te, in het meervoud -ten.
  • In alle andere gevallen krijg je -de, in het meervoud -den .

Ook x en de sj-klank tellen als s-klank: faxen, faxte, gefaxt en lunchen, lunchte .

infinitiefstamlaatste klankverleden tijdmeervoud
werkenwerkkwerktewerkten
fietsenfietssfietstefietsten
stoppenstoppstoptestopten
pratenpraattpraattepraatten
horenhoorrhoordehoorden
brandenbranddbranddebrandden
levenleefvleefdeleefden
verhuizenverhuiszverhuisdeverhuisden

Let op dubbele letters die je niet hoort: praatte (stam praat + te), brandde (stam brand + de), antwoordde. Elke letter van de stam blijft staan, ook als daarna dezelfde letter volgt.

Sterke en onregelmatige werkwoorden

Bij een sterk werkwoord gebruik je in het enkelvoud de verledentijdsstam en in het meervoud die stam + en . Er komt nooit een t achter: hij vond, zij kwam, hij sprak; meervoud zij vonden, wij kwamen, zij spraken.

infinitiefverleden tijdvoltooid deelwoord
lopenliepgelopen
vindenvondgevonden
wordenwerdgeworden
zwemmenzwomgezwommen
schrijvenschreefgeschreven
nemennam (meervoud namen)genomen
vergetenvergatvergeten

Daarnaast zijn er onregelmatige werkwoorden die in geen enkel schema passen: zijn, was, geweest; hebben, had, gehad; kopen, kocht, gekocht; denken, dacht, gedacht; brengen, bracht, gebracht; zoeken, zocht, gezocht . Soms is een werkwoord gemengd: lachen, lachte, gelachen .

Het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord geeft aan dat een handeling voltooid is . Je gebruikt het met een hulpwerkwoord: ik heb gewerkt, zij is gelopen.

Zwakke werkwoorden: ge + stam + t of d. Je kiest dezelfde letter als in de verleden tijd: eindigt de verleden tijd op -te, dan eindigt het voltooid deelwoord op -t; eindigt ze op -de, dan op -d .

  • werkte → gewerkt; fietste → gefietst; leefde → geleefd; hoorde → gehoord.

Eindigt de stam al op t of d, dan komt er niets meer bij : gepraat (niet gepraatt), gebrand (niet gebrandd), gezet.

Sterke werkwoorden: het voltooid deelwoord eindigt meestal op -en: gelopen, gevonden, geschreven .

Geen ge-: werkwoorden die beginnen met be-, er-, ge-, her-, ont- of ver- krijgen geen extra ge- : beloofd, erkend, gebeurd, herhaald, ontdekt, verdeeld, verhuisd. Bij scheidbare werkwoorden staat ge- in het midden: opgedroogd, ingesmeerd.

Persoonsvorm of voltooid deelwoord?

Veel fouten ontstaan doordat de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord hetzelfde klinken:

  • Het gebeurt elke dag. (persoonsvorm, stam gebeur + t)
  • Het is gisteren gebeurd. (voltooid deelwoord, gebeurde → gebeurd)
  • Hij verhuist volgende week. / Hij is vorige week verhuisd.

Zoek eerst de persoonsvorm met de tijdproef of de getalproef . In Het is gisteren gebeurd is is de persoonsvorm (het was gebeurd), dus gebeurd is een voltooid deelwoord.

Het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

Een voltooid deelwoord kan voor een zelfstandig naamwoord staan. Dan verbuig je het zoals een bijvoeglijk naamwoord, met de gewone regels voor enkele en dubbele klinkers en medeklinkers . De d of t van het voltooid deelwoord blijft staan:

  • plannen, plande, gepland → de geplande uitstap;
  • poetsen, poetste, gepoetst → de gepoetste schoenen;
  • verhuizen, verhuisde, verhuisd → het verhuisde gezin.

Voltooide en toekomende tijd

De voltooide tijd maak je met hebben of zijn en een voltooid deelwoord: ik heb gewerkt, ik had gewerkt. De toekomende tijd maak je met zullen en een infinitief: ik zal werken, ik zou werken . Alleen de onvoltooid tegenwoordige en de onvoltooid verleden tijd hebben een eigen vorm; alle andere tijden bestaan uit een hulpwerkwoord en een ander werkwoord . Bij de toekomende tijd spel je dus de persoonsvorm van zullen (ik zal, jij zult of zal, hij zal) en de infinitief.

Samengevat

  • Zwak werkwoord: stam + te(n) als de stam eindigt op een klank uit 't kofschip (t, k, f, s, ch, p, ook x en sj), anders stam + de(n).
  • Bij leven en verhuizen telt de v- en z-klank: leefde, verhuisde.
  • Sterk werkwoord: klinkerwissel, geen uitgang in het enkelvoud (vond), meervoud + en (vonden).
  • Voltooid deelwoord zwak: ge + stam + t/d, zoals de verleden tijd; geen dubbele t of d achteraan; geen ge- na be-, er-, ge-, her-, ont-, ver-.
  • Bijvoeglijk gebruikt: verbuig het voltooid deelwoord (de geplande uitstap, het verhuisde gezin).
  • Toekomende tijd: zullen + infinitief.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

18 vragen 9 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

Bronnen

  1. 1

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    ANS 2.3.1 De vervoeging van het werkwoord: inleiding · Algemene Nederlandse Spraakkunst (e-ANS), Instituut voor de Nederlandse Taal

    “De regelmatige werkwoorden worden in andere grammatica's vaak 'zwakke werkwoorden' genoemd”

    https://e-ans.ivdnt.org/topics/pid/ans020301lingtopic

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Werkwoorden vervoegen - 2. Spelling van de verleden tijd (o.v.t.) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “een van de stemloze medeklinkers van 't kofschip (/t/, /k/, /f/, /s/, /ch/, /p/)”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/werkwoorden-vervoegen/werkwoorden-vervoegen-2-spelling-van-de-verleden-tijd-ovt

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    't kofschip · Genootschap Onze Taal

    “De medeklinkers uit ’t kofschip, dus de t, k, f, s, ch en p”

    https://onzetaal.nl/taalloket/t-kofschip

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Woordenlijst Nederlandse Taal: lachen · Woordenlijst Nederlandse Taal (Nederlandse Taalunie, Instituut voor de Nederlandse Taal)

    “lachen | ik: lachte | hij/zij/het: lachte | voltooid deelwoord: gelachen”

    https://woordenlijst.org/MolexServe/lexicon/find_wordform?database=gig_pro_wrdlst&wordform=lachen&paradigm=true&onlyvalid=true

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    Voltooid deelwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “Het voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die aangeeft dat een handeling voltooid is.”

    https://onzetaal.nl/taalloket/voltooid-deelwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    Werkwoorden vervoegen - 3. Spelling van het voltooid deelwoord · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “Verbuig een voltooid deelwoord zoals een bijvoeglijk naamwoord als het bijvoeglijk wordt gebruikt.”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/werkwoorden-vervoegen/werkwoorden-vervoegen-3-spelling-van-het-voltooid-deelwoord

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    Persoonsvorm (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal

    “De persoonsvorm is de vervoegde vorm van het werkwoord.”

    https://onzetaal.nl/taalloket/persoonsvorm

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  9. 9

    Werkwoordstijden (welke zijn er?) · Genootschap Onze Taal

    “Alleen de onvoltooid tegenwoordige tijd en de onvoltooid verleden tijd hebben een eigen vorm.”

    https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/werkwoordstijden

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons