Werkwoordspelling: verleden tijd en voltooid deelwoord
Zwakke werkwoorden en 't kofschip, sterke en onregelmatige werkwoorden, het voltooid deelwoord op d of t, bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord en de toekomende tijd.
Waarom dit ertoe doet
Na de tegenwoordige tijd volgen de vormen waarbij leerlingen (en volwassenen) het vaakst twijfelen: verhuisde of verhuisten, gebeurd of gebeurt, de geplande uitstap of de geplante uitstap. De minimumdoelen vragen dat leerlingen zwakke en sterke werkwoorden in de verleden tijd spellen (4de leerjaar) en de spellingregels toepassen in de tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd (6de leerjaar) .
Zwakke en sterke werkwoorden
Zwakke (regelmatige) werkwoorden maken de verleden tijd met een uitgang achter de stam: werken, werkte, gewerkt. Sterke werkwoorden veranderen van klinker: lopen, liep, gelopen. De Algemene Nederlandse Spraakkunst spreekt van regelmatige en onregelmatige werkwoorden en merkt op dat de regelmatige in andere grammatica's vaak zwakke werkwoorden genoemd worden . In de lagere school gebruik je zwak en sterk.
De verleden tijd van zwakke werkwoorden: 't kofschip
Een zwak werkwoord krijgt in de verleden tijd -te(n) of -de(n) achter de stam. Welke uitgang het wordt, hangt af van de laatste klank van de stam :
- Eindigt de stam op een stemloze medeklinker uit 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan krijg je -te, in het meervoud -ten.
- In alle andere gevallen krijg je -de, in het meervoud -den .
Ook x en de sj-klank tellen als s-klank: faxen, faxte, gefaxt en lunchen, lunchte .
| infinitief | stam | laatste klank | verleden tijd | meervoud |
|---|---|---|---|---|
| werken | werk | k | werkte | werkten |
| fietsen | fiets | s | fietste | fietsten |
| stoppen | stop | p | stopte | stopten |
| praten | praat | t | praatte | praatten |
| horen | hoor | r | hoorde | hoorden |
| branden | brand | d | brandde | brandden |
| leven | leef | v | leefde | leefden |
| verhuizen | verhuis | z | verhuisde | verhuisden |
Let op dubbele letters die je niet hoort: praatte (stam praat + te), brandde (stam brand + de), antwoordde. Elke letter van de stam blijft staan, ook als daarna dezelfde letter volgt.
Sterke en onregelmatige werkwoorden
Bij een sterk werkwoord gebruik je in het enkelvoud de verledentijdsstam en in het meervoud die stam + en . Er komt nooit een t achter: hij vond, zij kwam, hij sprak; meervoud zij vonden, wij kwamen, zij spraken.
| infinitief | verleden tijd | voltooid deelwoord |
|---|---|---|
| lopen | liep | gelopen |
| vinden | vond | gevonden |
| worden | werd | geworden |
| zwemmen | zwom | gezwommen |
| schrijven | schreef | geschreven |
| nemen | nam (meervoud namen) | genomen |
| vergeten | vergat | vergeten |
Daarnaast zijn er onregelmatige werkwoorden die in geen enkel schema passen: zijn, was, geweest; hebben, had, gehad; kopen, kocht, gekocht; denken, dacht, gedacht; brengen, bracht, gebracht; zoeken, zocht, gezocht . Soms is een werkwoord gemengd: lachen, lachte, gelachen .
Het voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord geeft aan dat een handeling voltooid is . Je gebruikt het met een hulpwerkwoord: ik heb gewerkt, zij is gelopen.
Zwakke werkwoorden: ge + stam + t of d. Je kiest dezelfde letter als in de verleden tijd: eindigt de verleden tijd op -te, dan eindigt het voltooid deelwoord op -t; eindigt ze op -de, dan op -d .
- werkte → gewerkt; fietste → gefietst; leefde → geleefd; hoorde → gehoord.
Eindigt de stam al op t of d, dan komt er niets meer bij : gepraat (niet gepraatt), gebrand (niet gebrandd), gezet.
Sterke werkwoorden: het voltooid deelwoord eindigt meestal op -en: gelopen, gevonden, geschreven .
Geen ge-: werkwoorden die beginnen met be-, er-, ge-, her-, ont- of ver- krijgen geen extra ge- : beloofd, erkend, gebeurd, herhaald, ontdekt, verdeeld, verhuisd. Bij scheidbare werkwoorden staat ge- in het midden: opgedroogd, ingesmeerd.
Persoonsvorm of voltooid deelwoord?
Veel fouten ontstaan doordat de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord hetzelfde klinken:
- Het gebeurt elke dag. (persoonsvorm, stam gebeur + t)
- Het is gisteren gebeurd. (voltooid deelwoord, gebeurde → gebeurd)
- Hij verhuist volgende week. / Hij is vorige week verhuisd.
Zoek eerst de persoonsvorm met de tijdproef of de getalproef . In Het is gisteren gebeurd is is de persoonsvorm (het was gebeurd), dus gebeurd is een voltooid deelwoord.
Het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Een voltooid deelwoord kan voor een zelfstandig naamwoord staan. Dan verbuig je het zoals een bijvoeglijk naamwoord, met de gewone regels voor enkele en dubbele klinkers en medeklinkers . De d of t van het voltooid deelwoord blijft staan:
- plannen, plande, gepland → de geplande uitstap;
- poetsen, poetste, gepoetst → de gepoetste schoenen;
- verhuizen, verhuisde, verhuisd → het verhuisde gezin.
Voltooide en toekomende tijd
De voltooide tijd maak je met hebben of zijn en een voltooid deelwoord: ik heb gewerkt, ik had gewerkt. De toekomende tijd maak je met zullen en een infinitief: ik zal werken, ik zou werken . Alleen de onvoltooid tegenwoordige en de onvoltooid verleden tijd hebben een eigen vorm; alle andere tijden bestaan uit een hulpwerkwoord en een ander werkwoord . Bij de toekomende tijd spel je dus de persoonsvorm van zullen (ik zal, jij zult of zal, hij zal) en de infinitief.
Samengevat
- Zwak werkwoord: stam + te(n) als de stam eindigt op een klank uit 't kofschip (t, k, f, s, ch, p, ook x en sj), anders stam + de(n).
- Bij leven en verhuizen telt de v- en z-klank: leefde, verhuisde.
- Sterk werkwoord: klinkerwissel, geen uitgang in het enkelvoud (vond), meervoud + en (vonden).
- Voltooid deelwoord zwak: ge + stam + t/d, zoals de verleden tijd; geen dubbele t of d achteraan; geen ge- na be-, er-, ge-, her-, ont-, ver-.
- Bijvoeglijk gebruikt: verbuig het voltooid deelwoord (de geplande uitstap, het verhuisde gezin).
- Toekomende tijd: zullen + infinitief.
Test wat je onthouden hebt
Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.
Officiële doelen in deze les
Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.
- Minimumdoel 4de leerjaar · 1.2.7
De leerlingen kunnen zwakke en sterke werkwoorden in de (on)voltooid verleden tijd spellen.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 1.2.5
De leerling kan spellingregels toepassen bij frequente werkwoorden in tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 1.4.6
De leerling kent woorden:
- woordsoorten: voornaamwoord;
- werkwoordtijden: toekomende tijd, voltooid deelwoord.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 1.4.7
De leerling kent woorden: grondwoord, voorvoegsel, achtervoegsel, verkleinwoord, stam, uitgang, infinitief.
Bronnen
- 1
Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming
https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 2
ANS 2.3.1 De vervoeging van het werkwoord: inleiding · Algemene Nederlandse Spraakkunst (e-ANS), Instituut voor de Nederlandse Taal
“De regelmatige werkwoorden worden in andere grammatica's vaak 'zwakke werkwoorden' genoemd”
https://e-ans.ivdnt.org/topics/pid/ans020301lingtopicGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 3
Werkwoorden vervoegen - 2. Spelling van de verleden tijd (o.v.t.) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“een van de stemloze medeklinkers van 't kofschip (/t/, /k/, /f/, /s/, /ch/, /p/)”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/werkwoorden-vervoegen/werkwoorden-vervoegen-2-spelling-van-de-verleden-tijd-ovtGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 4
't kofschip · Genootschap Onze Taal
“De medeklinkers uit ’t kofschip, dus de t, k, f, s, ch en p”
https://onzetaal.nl/taalloket/t-kofschipGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 5
Woordenlijst Nederlandse Taal: lachen · Woordenlijst Nederlandse Taal (Nederlandse Taalunie, Instituut voor de Nederlandse Taal)
“lachen | ik: lachte | hij/zij/het: lachte | voltooid deelwoord: gelachen”
https://woordenlijst.org/MolexServe/lexicon/find_wordform?database=gig_pro_wrdlst&wordform=lachen¶digm=true&onlyvalid=trueGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 6
Voltooid deelwoord (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal
“Het voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die aangeeft dat een handeling voltooid is.”
https://onzetaal.nl/taalloket/voltooid-deelwoordGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 7
Werkwoorden vervoegen - 3. Spelling van het voltooid deelwoord · Vlaamse overheid, Team Taaladvies
“Verbuig een voltooid deelwoord zoals een bijvoeglijk naamwoord als het bijvoeglijk wordt gebruikt.”
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/werkwoorden-vervoegen/werkwoorden-vervoegen-3-spelling-van-het-voltooid-deelwoordGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 8
Persoonsvorm (wat is dat?) · Genootschap Onze Taal
“De persoonsvorm is de vervoegde vorm van het werkwoord.”
https://onzetaal.nl/taalloket/persoonsvormGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 9
Werkwoordstijden (welke zijn er?) · Genootschap Onze Taal
“Alleen de onvoltooid tegenwoordige tijd en de onvoltooid verleden tijd hebben een eigen vorm.”
https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/werkwoordstijdenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons