KKennisToetsLager onderwijs

Breuken

De betekenissen van een breuk, soorten breuken, gelijkwaardige breuken, vereenvoudigen, gelijknamig maken, breuken vergelijken en ordenen, en deel, geheel en breuk zoeken.

11 min lezen 11 doelen6 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Breuken behoren tot de moeilijkste onderwerpen van de lagere school. Een belangrijke oorzaak is dat leerlingen regels van natuurlijke getallen te ver doortrekken, bijvoorbeeld "hoe groter de teller, hoe groter de breuk" . Een leerkracht moet de verschillende betekenissen van een breuk dus scherp kunnen onderscheiden en verwoorden.

Teller, noemer en breukstreep

In de breuk 34\frac{3}{4} is 3 de teller (het getal boven de streep) en 4 de noemer (het getal onder de streep); ertussen staat de breukstreep . De noemer zegt in hoeveel gelijke delen het geheel verdeeld is, de teller hoeveel van die delen je neemt .

Je leest breuken met een horizontale (34\frac{3}{4}) of een schuine breukstreep (3/4). Leerlingen noteren zelf met een horizontale breukstreep .

De betekenissen van een breuk

Een breuk kan verschillende dingen betekenen :

betekenisvoorbeeld
deel van een geheel, het geheel is continu25\frac{2}{5} van een pizza, van een strook, van een liter
deel van een geheel, het geheel is een aantal (discreet)14\frac{1}{4} van 16 knikkers
deel van een getal310\frac{3}{10} van 100
operator (een handeling)45\frac{4}{5} van 30: deel door 5, vermenigvuldig met 4
deling34\frac{3}{4} = 3 : 4 = 0,75
verhouding1 witte kraal op 3 zwarte: wit is 14\frac{1}{4} van alle kralen
getal op de getallenas72\frac{7}{2} ligt tussen 3 en 4
kansde kans op kruis bij een muntworp is 12\frac{1}{2}

De breuk als deling

Een breuk is een "onuitgewerkte deling": de teller is het deeltal, de noemer de deler . Dus 8 : 7 = 87\frac{8}{7}, en 35\frac{3}{5} = 3 : 5 = 0,6. Die betekenis leer je in de derde graad .

De breuk als rationaal getal

Bij een breuk als getal is de afspraak dat het geheel de eenheid 1 is. Daardoor kun je alle breuken vergelijken, op de getallenas plaatsen en ermee rekenen . Tussen twee breuken ligt altijd nog een andere breuk: tussen 13\frac{1}{3} en 12\frac{1}{2} ligt bijvoorbeeld 512\frac{5}{12}, want 13\frac{1}{3} = 412\frac{4}{12} en 12\frac{1}{2} = 612\frac{6}{12}.

Soorten breuken

soortkenmerkvoorbeeld
stambreukteller is 118\frac{1}{8}
echte breukteller kleiner dan noemer, dus kleiner dan 124\frac{2}{4}
onechte breukteller groter dan noemer, dus groter dan 152\frac{5}{2}
oneigenlijke breukteller is een veelvoud van de noemer, dus een natuurlijk getal93\frac{9}{3} = 3
gemengd getalgeheel getal en een breuk1251\frac{2}{5} = 75\frac{7}{5}
decimale breuknoemer 10, 100, 1000, ...25100\frac{25}{100}
gelijknamige breukendezelfde noemer25\frac{2}{5} en 35\frac{3}{5}
gelijkwaardige breukendezelfde waarde210\frac{2}{10} en 15\frac{1}{5}

Bronnen: .

Elk natuurlijk getal kun je schrijven als een oneigenlijke breuk: 3 = 31\frac{3}{1} = 62\frac{6}{2} = 93\frac{9}{3} .

Herstructureren helpt om de grootte te zien: 54\frac{5}{4} is 1 geheel en 14\frac{1}{4}; 34\frac{3}{4} is 14\frac{1}{4} minder dan 1 geheel . Een onechte breuk omzetten naar een gemengd getal maakt de waarde duidelijker: 163\frac{16}{3} = 5135\frac{1}{3} ligt tussen 5 en 6 .

Gelijkwaardige breuken en vereenvoudigen

Je krijgt een gelijkwaardige breuk door teller en noemer met hetzelfde getal te vermenigvuldigen of door hetzelfde getal te delen :

12=24=36=48\frac{1}{2} = \frac{2}{4} = \frac{3}{6} = \frac{4}{8}

Vereenvoudigen is teller en noemer door eenzelfde getal delen. Deel je door de grootste gemeenschappelijke deler (ggd), dan krijg je in één stap een onvereenvoudigbare breuk .

Gelijknamig maken

Gelijknamig maken betekent breuken omzetten naar gelijkwaardige breuken met dezelfde noemer. De handigste gemeenschappelijke noemer is het kleinste gemeenschappelijk veelvoud (kgv) van de noemers .

Breuken vergelijken en ordenen

De AP-cursus onderscheidt vier strategieën :

  1. Vereenvoudigen: 46\frac{4}{6} en 13\frac{1}{3}. Omdat 46\frac{4}{6} = 23\frac{2}{3} en 23\frac{2}{3} > 13\frac{1}{3}, is 46\frac{4}{6} > 13\frac{1}{3}.
  2. Referentiepunten (12\frac{1}{2} of 1): 85\frac{8}{5} > 1 en 46\frac{4}{6} < 1, dus 85\frac{8}{5} > 46\frac{4}{6}. En 38\frac{3}{8} < 12\frac{1}{2} < 23\frac{2}{3}.
  3. Tellers en noemers vergelijken: 27\frac{2}{7} < 45\frac{4}{5}, want de teller is kleiner en de noemer groter.
  4. Gelijknamig maken: 23\frac{2}{3} = 1421\frac{14}{21} en 47\frac{4}{7} = 1221\frac{12}{21}, dus 23\frac{2}{3} > 47\frac{4}{7}.

Twee handige gevallen:

  • Gelijke noemers: de grootste teller geeft de grootste breuk: 38\frac{3}{8} < 58\frac{5}{8}.
  • Gelijke tellers: de kleinste noemer geeft de grootste breuk, want de delen zijn groter: 13\frac{1}{3} > 15\frac{1}{5}.

Deel, geheel en breuk

Met breuken komen drie soorten vragen voor :

  • Geheel en deel gegeven, breuk zoeken: 6 van de 24 leerlingen zijn ziek. Dat is 624\frac{6}{24} = 14\frac{1}{4} van de klas.
  • Geheel en breuk gegeven, deel zoeken: 34\frac{3}{4} van 20 = (20 : 4) × 3 = 15.
  • Deel en breuk gegeven, geheel zoeken: 25\frac{2}{5} van een bedrag is 12 euro. Dan is 15\frac{1}{5} gelijk aan 6 euro en is het geheel 5 × 6 = 30 euro. Teken hierbij een strook in vijf gelijke delen.

Samengevat

  • Teller (boven), noemer (onder), breukstreep; de noemer geeft het aantal gelijke delen, de teller hoeveel je er neemt.
  • Een breuk is een deel van een geheel (continu, aantal of getal), een operator, een deling, een verhouding, een getal en een kans.
  • Een breuk is een deling: 34\frac{3}{4} = 3 : 4. Een natuurlijk getal kan je als oneigenlijke breuk schrijven.
  • Gelijkwaardige breuken: teller en noemer met hetzelfde getal vermenigvuldigen of delen.
  • Vereenvoudigen in één stap: deel door de ggd. Gelijknamig maken: gebruik het kgv van de noemers.
  • Vergelijken via vereenvoudigen, referentiepunten (12\frac{1}{2}, 1), tellers en noemers, of gelijknamig maken.
  • Bij gelijke tellers is de breuk met de kleinste noemer de grootste.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

15 vragen 12 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 2.1.10

    De leerling kent een breuk als een deling [I].

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 2.1.11

    De leerling kent een natuurlijk getal als een oneigenlijke breuk [I].

    < bv. een oneigenlijke breuk is een breuk waarbij de teller een veelvoud is van de noemer, bv. 93{\frac{9}{3}}, 66{\frac{6}{6}}, 31{\frac{3}{1}} >

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 2.1.12

    De leerling kent een rationaal getal als aanduiding voor een hoeveelheid en een verhouding [I].

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 2.1.18

    De leerling kan** **breuken (noemer tot en met 100), procenten (tot op eenheid) en decimale getallen (tot op 1 duizendste):

    • lezen en noteren;
    • schematisch voorstellen;
    • vergelijken, ordenen en plaatsen op de getallenas;
    • vereenvoudigen en gelijknamig maken;
    • naar elkaar omzetten;
    • afronden (decimale getallen en procenten).

Bronnen

  1. 1

    Wiskunde A, cursus lerarenopleiding lager onderwijs (versie 2019-2020) · AP Hogeschool Antwerpen

    “Het talstelsel dat wij dagdagelijks gebruiken is het tiendelige of decimale talstelsel, omdat het grondtal 10 is.”

    https://www.ap.be/sites/default/files/Cursus%20Wiskunde%20A%20%28lager%20flex%29.pdf

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Breuk (wiskunde) · Wikipedia (nl)

    “Beschouwt men de breuk als deling, dan is de teller het deeltal en de noemer de deler.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Breuk_(wiskunde)

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Grootste gemene deler · Wikipedia (nl)

    “De grootste gemene deler van de getallen 8 en 12 is bijvoorbeeld 4.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Grootste_gemene_deler

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Kleinste gemene veelvoud · Wikipedia (nl)

    “het kleinste positieve gehele getal dat een veelvoud is van beide getallen”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Kleinste_gemene_veelvoud

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    De Basis. Wiskunde voor de lagere school (oefenboek) · Jeroen Van Hijfte en Nathalie Vermeersch, Acco · ISBN 9789464676327

    https://www.accouitgeverij.nl/winkel/basis-0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons