Breuken
De betekenissen van een breuk, soorten breuken, gelijkwaardige breuken, vereenvoudigen, gelijknamig maken, breuken vergelijken en ordenen, en deel, geheel en breuk zoeken.
Waarom dit ertoe doet
Breuken behoren tot de moeilijkste onderwerpen van de lagere school. Een belangrijke oorzaak is dat leerlingen regels van natuurlijke getallen te ver doortrekken, bijvoorbeeld "hoe groter de teller, hoe groter de breuk" . Een leerkracht moet de verschillende betekenissen van een breuk dus scherp kunnen onderscheiden en verwoorden.
Teller, noemer en breukstreep
In de breuk is 3 de teller (het getal boven de streep) en 4 de noemer (het getal onder de streep); ertussen staat de breukstreep . De noemer zegt in hoeveel gelijke delen het geheel verdeeld is, de teller hoeveel van die delen je neemt .
Je leest breuken met een horizontale () of een schuine breukstreep (3/4). Leerlingen noteren zelf met een horizontale breukstreep .
De betekenissen van een breuk
Een breuk kan verschillende dingen betekenen :
| betekenis | voorbeeld |
|---|---|
| deel van een geheel, het geheel is continu | van een pizza, van een strook, van een liter |
| deel van een geheel, het geheel is een aantal (discreet) | van 16 knikkers |
| deel van een getal | van 100 |
| operator (een handeling) | van 30: deel door 5, vermenigvuldig met 4 |
| deling | = 3 : 4 = 0,75 |
| verhouding | 1 witte kraal op 3 zwarte: wit is van alle kralen |
| getal op de getallenas | ligt tussen 3 en 4 |
| kans | de kans op kruis bij een muntworp is |
De breuk als deling
Een breuk is een "onuitgewerkte deling": de teller is het deeltal, de noemer de deler . Dus 8 : 7 = , en = 3 : 5 = 0,6. Die betekenis leer je in de derde graad .
De breuk als rationaal getal
Bij een breuk als getal is de afspraak dat het geheel de eenheid 1 is. Daardoor kun je alle breuken vergelijken, op de getallenas plaatsen en ermee rekenen . Tussen twee breuken ligt altijd nog een andere breuk: tussen en ligt bijvoorbeeld , want = en = .
Soorten breuken
| soort | kenmerk | voorbeeld |
|---|---|---|
| stambreuk | teller is 1 | |
| echte breuk | teller kleiner dan noemer, dus kleiner dan 1 | |
| onechte breuk | teller groter dan noemer, dus groter dan 1 | |
| oneigenlijke breuk | teller is een veelvoud van de noemer, dus een natuurlijk getal | = 3 |
| gemengd getal | geheel getal en een breuk | = |
| decimale breuk | noemer 10, 100, 1000, ... | |
| gelijknamige breuken | dezelfde noemer | en |
| gelijkwaardige breuken | dezelfde waarde | en |
Bronnen: .
Elk natuurlijk getal kun je schrijven als een oneigenlijke breuk: 3 = = = .
Herstructureren helpt om de grootte te zien: is 1 geheel en ; is minder dan 1 geheel . Een onechte breuk omzetten naar een gemengd getal maakt de waarde duidelijker: = ligt tussen 5 en 6 .
Gelijkwaardige breuken en vereenvoudigen
Je krijgt een gelijkwaardige breuk door teller en noemer met hetzelfde getal te vermenigvuldigen of door hetzelfde getal te delen :
Vereenvoudigen is teller en noemer door eenzelfde getal delen. Deel je door de grootste gemeenschappelijke deler (ggd), dan krijg je in één stap een onvereenvoudigbare breuk .
Gelijknamig maken
Gelijknamig maken betekent breuken omzetten naar gelijkwaardige breuken met dezelfde noemer. De handigste gemeenschappelijke noemer is het kleinste gemeenschappelijk veelvoud (kgv) van de noemers .
Breuken vergelijken en ordenen
De AP-cursus onderscheidt vier strategieën :
- Vereenvoudigen: en . Omdat = en > , is > .
- Referentiepunten ( of 1): > 1 en < 1, dus > . En < < .
- Tellers en noemers vergelijken: < , want de teller is kleiner en de noemer groter.
- Gelijknamig maken: = en = , dus > .
Twee handige gevallen:
- Gelijke noemers: de grootste teller geeft de grootste breuk: < .
- Gelijke tellers: de kleinste noemer geeft de grootste breuk, want de delen zijn groter: > .
Deel, geheel en breuk
Met breuken komen drie soorten vragen voor :
- Geheel en deel gegeven, breuk zoeken: 6 van de 24 leerlingen zijn ziek. Dat is = van de klas.
- Geheel en breuk gegeven, deel zoeken: van 20 = (20 : 4) × 3 = 15.
- Deel en breuk gegeven, geheel zoeken: van een bedrag is 12 euro. Dan is gelijk aan 6 euro en is het geheel 5 × 6 = 30 euro. Teken hierbij een strook in vijf gelijke delen.
Samengevat
- Teller (boven), noemer (onder), breukstreep; de noemer geeft het aantal gelijke delen, de teller hoeveel je er neemt.
- Een breuk is een deel van een geheel (continu, aantal of getal), een operator, een deling, een verhouding, een getal en een kans.
- Een breuk is een deling: = 3 : 4. Een natuurlijk getal kan je als oneigenlijke breuk schrijven.
- Gelijkwaardige breuken: teller en noemer met hetzelfde getal vermenigvuldigen of delen.
- Vereenvoudigen in één stap: deel door de ggd. Gelijknamig maken: gebruik het kgv van de noemers.
- Vergelijken via vereenvoudigen, referentiepunten (, 1), tellers en noemers, of gelijknamig maken.
- Bij gelijke tellers is de breuk met de kleinste noemer de grootste.
Test wat je onthouden hebt
Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.
Officiële doelen in deze les
Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 2.1.10
De leerling kent een breuk als een deling [I].
- Minimumdoel 6de leerjaar · 2.1.11
De leerling kent een natuurlijk getal als een oneigenlijke breuk [I].
< bv. een oneigenlijke breuk is een breuk waarbij de teller een veelvoud is van de noemer, bv. , , >
- Minimumdoel 6de leerjaar · 2.1.12
De leerling kent een rationaal getal als aanduiding voor een hoeveelheid en een verhouding [I].
- Minimumdoel 6de leerjaar · 2.1.18
De leerling kan** **breuken (noemer tot en met 100), procenten (tot op eenheid) en decimale getallen (tot op 1 duizendste):
- lezen en noteren;
- schematisch voorstellen;
- vergelijken, ordenen en plaatsen op de getallenas;
- vereenvoudigen en gelijknamig maken;
- naar elkaar omzetten;
- afronden (decimale getallen en procenten).
Bronnen
- 1
Wiskunde A, cursus lerarenopleiding lager onderwijs (versie 2019-2020) · AP Hogeschool Antwerpen
“Het talstelsel dat wij dagdagelijks gebruiken is het tiendelige of decimale talstelsel, omdat het grondtal 10 is.”
https://www.ap.be/sites/default/files/Cursus%20Wiskunde%20A%20%28lager%20flex%29.pdfGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 2
Breuk (wiskunde) · Wikipedia (nl)
“Beschouwt men de breuk als deling, dan is de teller het deeltal en de noemer de deler.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/Breuk_(wiskunde)Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 3
Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming
https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 4
Grootste gemene deler · Wikipedia (nl)
“De grootste gemene deler van de getallen 8 en 12 is bijvoorbeeld 4.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/Grootste_gemene_delerGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 5
Kleinste gemene veelvoud · Wikipedia (nl)
“het kleinste positieve gehele getal dat een veelvoud is van beide getallen”
https://nl.wikipedia.org/wiki/Kleinste_gemene_veelvoudGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 6
De Basis. Wiskunde voor de lagere school (oefenboek) · Jeroen Van Hijfte en Nathalie Vermeersch, Acco · ISBN 9789464676327
https://www.accouitgeverij.nl/winkel/basis-0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons