KKennisToetsLager onderwijs

Hoofdrekenen, standaardprocedures en handig rekenen

De standaardprocedures voor natuurlijke getallen en kommagetallen, en handig rekenen met aanvullen, compenseren, eigenschappen, factoren ontbinden en vaste werkwijzen voor vermenigvuldigen met en delen door machten van tien, 0,1 en 0,5, en door 4, 5, 8, 25 en 50.

12 min lezen 17 doelen5 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Hoofdrekenen is meer dan "sommen uit het hoofd". Het is rekenen waarbij je flexibel gebruikmaakt van bijzonderheden van getallen, eigenschappen van bewerkingen en relaties tussen getallen en bewerkingen . Het is maatschappelijk belangrijk, helpt bij schatten en ondersteunt het cijferen. De minimumdoelen vragen dat leerlingen flexibel een doelmatige rekenmethode kiezen, uitvoeren en verantwoorden: hoofdrekenen met een standaardprocedure, handig rekenen, schatten, cijferen of een digitale rekentool .

De AP-cursus onderscheidt gestandaardiseerd hoofdrekenen (een vast type bewerking altijd op dezelfde manier oplossen) en gevarieerd, flexibel hoofdrekenen (de werkwijze hangt af van de getallen) .

Standaardprocedures met natuurlijke getallen

De standaardprocedures uit de minimumdoelen :

bewerkingprocedurevoorbeeld
optellentweede term splitsen in opeenvolgende rangen124 + 254 = 124 + 200 + 50 + 4 = 378
aftrekkentweede term splitsen563 − 238 = 563 − 200 − 30 − 8 = 325
vermenigvuldigenherhaalde optelling3 × 36 = 36 + 36 + 36 = 108
vermenigvuldigen (E × HTE, TE × TE)distributiviteit4 × 237 = 800 + 120 + 28 = 948; 23 × 45 = 20 × 45 + 3 × 45 = 900 + 135 = 1 035
delensprongen tellen (herhaalde aftrekking)74 : 12 = 6 rest 2
opgaande delingdeeltal splitsen, distributiviteit234 : 3 = 210 : 3 + 24 : 3 = 70 + 8 = 78

In het zesde leerjaar breid je die procedures uit naar getallen tot 10 000 en grotere getallen met eindnullen : 4 700 + 2 800 = 7 500; 63 000 − 28 000 = 35 000; 3,4 miljoen + 1,8 miljoen = 5,2 miljoen.

Naar analogie

Ken je 6 + 3, dan ken je ook 60 + 30, 600 + 300 en 6 000 + 3 000. Ken je 8 × 6, dan ook 80 × 60 = 4 800 en 4 800 : 60 = 80 .

Standaardprocedures met kommagetallen

Kommagetallen tot op een duizendste :

  • optellen en aftrekken: tweede term splitsen volgens de plaatswaarde: 6,2 + 3,41 = 6,2 + 3 + 0,4 + 0,01 = 9,61;
  • vermenigvuldigen met een natuurlijk getal via de keerhandeling: 0,6 × 3 = 3 × 6 t = 18 t = 1,8;
  • delen door een natuurlijk getal via de verdelingsdeling: 0,08 : 2 = 8 h : 2 = 4 h = 0,04.

Handig rekenen

Aanvullen

Aftrekken door aan te vullen, als de getallen dicht bij elkaar liggen: 801 − 796 = 5, want 796 + 5 = 801 .

Compenseren

Rond een getal af naar een "mooi" getal en corrigeer achteraf :

  • 140 + 99 = 140 + 100 − 1 = 239
  • 452 − 198 = 452 − 200 + 2 = 254
  • 98 × 12 = 100 × 12 − 2 × 12 = 1 200 − 24 = 1 176
  • 2 277 : 23 = (2 300 − 23) : 23 = 100 − 1 = 99

Eigenschappen gebruiken

De eigenschappen uit de vorige les maken rekenen eenvoudiger :

  • constante som: 31 + 19 = 30 + 20 = 50;
  • constant verschil: 73 − 19 = 74 − 20 = 54;
  • constant product: 12 × 5 = 6 × 10 = 60;
  • constant quotiënt: 48 : 12 = 24 : 6 = 4;
  • distributiviteit: 5 × 24 = 5 × 20 + 5 × 4 = 120 .

Een factor ontbinden

  • 25 × 32 = 25 × 4 × 8 = 100 × 8 = 800
  • 3 000 : 12 = 3 000 : 3 : 4 = 1 000 : 4 = 250

Bronnen: .

Vaste werkwijzen

Met machten van tien

Vermenigvuldigen met 10, 100, 1 000 of 10 000 verschuift elk cijfer 1, 2, 3 of 4 plaatsen naar links (de komma schuift naar rechts); delen verschuift naar rechts :

  • 3,62 × 100 = 362
  • 7,3 × 10 000 = 73 000
  • 102 : 10 = 10,2
  • 45 : 1 000 = 0,045

Vermenigvuldigen met 0,1 is delen door 10; delen door 0,1 is vermenigvuldigen met 10. Zo ook voor 0,01 (100) en 0,001 (1 000):

  • 56 × 0,1 = 5,6 en 5 : 0,1 = 50
  • 3,4 × 0,01 = 0,034 en 0,7 : 0,01 = 70

Overzicht van handige werkwijzen

bewerkingwerkwijzevoorbeeld
× 2 / : 2verdubbelen / halveren37 × 2 = 74
× 4twee keer verdubbelen37 × 4 = 74 × 2 = 148
: 4twee keer halveren312 : 4 = 156 : 2 = 78
× 8drie keer verdubbelen125 × 8 = 1 000
: 8drie keer halveren456 : 8 = 228 : 4 = 57
× 5× 10, dan : 248 × 5 = 480 : 2 = 240
: 5: 10, dan × 2340 : 5 = 34 × 2 = 68
× 25× 100, dan : 436 × 25 = 3 600 : 4 = 900
: 25: 100, dan × 41 300 : 25 = 13 × 4 = 52
× 50× 100, dan : 264 × 50 = 6 400 : 2 = 3 200
: 50: 100, dan × 2850 : 50 = 8,5 × 2 = 17
× 0,5: 246 × 0,5 = 23
: 0,5× 23 : 0,5 = 6
× 0,2× 2, dan : 1035 × 0,2 = 70 : 10 = 7
: 0,2× 58 : 0,2 = 40

De minimumdoelen noemen werkwijzen voor 0,1; 0,01; 0,001; 0,2; 0,5; 2; 5; 25; 50; 10 000; 4 en 8 .

Kommagetallen omzetten naar breuken

Vermenigvuldigen en delen met kommagetallen doe je inzichtelijk door ze om te zetten naar breuken :

  • 4 × 0,7 = 4 × 710\frac{7}{10} = 2810\frac{28}{10} = 2,8
  • 0,18 × 4 = 18100\frac{18}{100} × 4 = 72100\frac{72}{100} = 0,72
  • 0,4 × 0,7 = 410\frac{4}{10} × 710\frac{7}{10} = 28100\frac{28}{100} = 0,28
  • 5,4 : 9 = 5410\frac{54}{10} : 9 = 610\frac{6}{10} = 0,6
  • 70 : 3,5 = 70 × 1035\frac{10}{35} = 70035\frac{700}{35} = 20

Samengevat

  • Hoofdrekenen: flexibel kiezen tussen een standaardprocedure en handig rekenen, en je keuze kunnen verantwoorden.
  • Standaard: tweede term splitsen (+, −), herhaalde optelling of distributiviteit (×), sprongen tellen of deeltal splitsen (:).
  • Kommagetallen: denk in rangen (0,6 × 3 = 18 t; 0,08 : 2 = 4 h).
  • Handig: aanvullen, compenseren, eigenschappen gebruiken, een factor ontbinden.
  • × 10, 100, 1 000: cijfers schuiven naar links; × 0,1 = : 10 en : 0,1 = × 10.
  • × 5 = × 10 : 2; × 25 = × 100 : 4; × 50 = × 100 : 2; × 4 en × 8 = 2 of 3 keer verdubbelen.
  • × 0,5 = : 2; : 0,5 = × 2; : 0,2 = × 5.
  • Kommagetallen omzetten naar breuken maakt vermenigvuldigen en delen inzichtelijk.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

15 vragen 10 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.2.14

    De leerlingen kunnen flexibel een doelmatige rekenmethode uitkiezen, uitvoeren en verantwoorden op basis van inzicht in de getalstructuur en begrip van de rekenhandelingen. Keuze uit:

    • hoofdrekenen: standaardprocedures;
    • hoofdrekenen: handig rekenen, meer bepaald compenseren en eigenschappen van bewerkingen gebruiken.
  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.2.18

    De leerlingen kunnen standaardprocedures gebruiken voor natuurlijke getallen tot en met 1 000 en grotere getallen met eindnullen:

    • optellen en aftrekken: door de tweede term te splitsen in opeenvolgende rangen;
      < bv. 124 + 254 = 124 + 200 + 50 + 4 >

    • vermenigvuldiging als herhaalde optelling;
      < bv. 3 x 36 = 36 + 36 + 36 >

    • opgaande en niet-opgaande delingen: het quotiënt bepalen door sprongen te tellen (herhaalde aftrekking);
      < bv. 74 : 12 = … (12, 24, 36, 48, 60, 72 dus 6) 74 : 12 = 6 met rest = 2 >

    • opgaande deling door het deeltal te splitsen in een som en de distributiviteit toe te passen.
      < bv. 234 : 3 = (210 + 24) : 3 = (210 : 3) + (24 : 3) >

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.2.19

    De leerlingen kunnen standaardprocedures gebruiken voor natuurlijke getallen tot en met 10 000:

    • vermenigvuldiging op basis van de distributiviteit (E x HTE, TE x TE).
  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.2.20

    De leerlingen kunnen standaardprocedures gebruiken voor decimale getallen (tot op 1 honderdste):

    • optellen en aftrekken: door de tweede term te splitsen volgens het plaatswaardesysteem;
      < bv. 6,2 + 3,41 = 6,2 + 3 + 0,4 + 0,01 >

    • vermenigvuldigen met een natuurlijk getal op basis van de herhaalde optelling.
      < bv. 3 x 0,4 = 0,4 + 0,4 +0,4 >

Bronnen

  1. 1

    Wiskunde A, cursus lerarenopleiding lager onderwijs (versie 2019-2020) · AP Hogeschool Antwerpen

    “Het talstelsel dat wij dagdagelijks gebruiken is het tiendelige of decimale talstelsel, omdat het grondtal 10 is.”

    https://www.ap.be/sites/default/files/Cursus%20Wiskunde%20A%20%28lager%20flex%29.pdf

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Vermenigvuldigen · Wikipedia (nl)

    “Het resultaat van de vermenigvuldiging heet het product (van de factoren).”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Vermenigvuldigen

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Distributiviteit · Wikipedia (nl)

    “De vermenigvuldiging "verdeelt" zich als het ware over de optelling.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Distributiviteit

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    De Basis. Wiskunde voor de lagere school (oefenboek) · Jeroen Van Hijfte en Nathalie Vermeersch, Acco · ISBN 9789464676327

    https://www.accouitgeverij.nl/winkel/basis-0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons