KKennisToetsLager onderwijs

Kommagetallen

Kommagetallen als uitbreiding van het plaatswaardesysteem met tienden, honderdsten en duizendsten; lezen, splitsen, vergelijken, ordenen, op de getallenas plaatsen en de parate verbanden met breuken.

8 min lezen 8 doelen5 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Prijzen, lengtes, gewichten en tijden worden voortdurend met kommagetallen uitgedrukt: € 2,49, 1,75 m, 0,5 l. Toch maken leerlingen (en volwassenen) er hardnekkige fouten mee, omdat ze het deel na de komma als een apart natuurlijk getal behandelen. Wie begrijpt dat een kommagetal gewoon een uitbreiding van het plaatswaardesysteem is, vermijdt die fouten .

In de minimumdoelen heten kommagetallen decimale getallen. Beide termen betekenen hetzelfde .

Tienden, honderdsten en duizendsten

Als je een eenheid in tien gelijke delen verdeelt, krijg je tienden. Een tiende in tien gelijke delen geeft honderdsten, een honderdste in tien delen geeft duizendsten. Kommagetallen ontstaan dus via de breuken 110\frac{1}{10}, 1100\frac{1}{100} en 11000\frac{1}{1000} .

naamafkortingals breukals kommagetal
tiendet110\frac{1}{10}0,1
honderdsteh1100\frac{1}{100}0,01
duizendsted11000\frac{1}{1000}0,001

Een breuk met als noemer 10, 100, 1000, ... heet een decimale breuk; die schrijf je meestal als kommagetal . In het Nederlands is de komma het decimaalteken .

De positietabel

HTE,thd
233,087

In 233,087 betekent de 8 acht honderdsten (0,08) en de 7 zeven duizendsten (0,007).

Kommagetallen lezen en noteren

De courante leeswijze "drie komma veertien" voor 3,14 lokt fouten uit, omdat ze "veertien" suggereert. In de fase van begripsvorming lees je beter volgens de plaatswaarde: "3 en 14 honderdsten" of "3 eenheden, 1 tiende en 4 honderdsten" .

Een getal tussen 0 en 1 schrijf je met een 0 vóór de komma: 0,25 en niet ,25 .

Splitsen en samenstellen

  • 4,527 = 4 E + 5 t + 2 h + 7 d = 4 + 0,5 + 0,02 + 0,007
  • 3 t + 12 h = 0,3 + 0,12 = 0,42 (twaalf honderdsten zijn 1 tiende en 2 honderdsten)
  • 0,75 = 7 t + 5 h = 75 h

Tellen in tienden en honderdsten

In tienden: 2,7; 2,8; 2,9; 3; 3,1. In honderdsten: 0,97; 0,98; 0,99; 1; 1,01.

Vergelijken en ordenen

Vergelijk eerst het gehele deel. Is dat gelijk, vergelijk dan rang per rang van links naar rechts: eerst de tienden, dan de honderdsten, dan de duizendsten.

Nullen achteraan mag je toevoegen of weglaten zonder dat de waarde verandert: 0,5 = 0,50 = 0,500 . Dat helpt om getallen even lang te maken.

Een tweede misvatting: "een getal met meer decimalen is groter". 0,405 heeft meer cijfers dan 0,45, maar is kleiner .

Op de getallenas

Om 2,35 te plaatsen, zoom je in: het ligt tussen 2 en 3, preciezer tussen 2,3 en 2,4, precies in het midden. Tussen twee kommagetallen ligt altijd nog een ander kommagetal: tussen 0,7 en 0,8 ligt bijvoorbeeld 0,75.

Kommagetallen en breuken

Elk eindig kommagetal is een decimale breuk: 0,7 = 710\frac{7}{10}, 0,35 = 35100\frac{35}{100}, 1,125 = 11251000\frac{1125}{1000}.

Deze verbanden moet een leerling paraat kennen :

breuk12\frac{1}{2}14\frac{1}{4}34\frac{3}{4}15\frac{1}{5}110\frac{1}{10}1100\frac{1}{100}
kommagetal0,50,250,750,20,10,01

Niet elke breuk geeft een eindig kommagetal. 13\frac{1}{3} = 0,333... loopt eindeloos door; dat heet een repeterend kommagetal. Een breuk geeft alleen een eindig kommagetal als de noemer (na vereenvoudigen) enkel de priemfactoren 2 en 5 bevat . Zo is 18\frac{1}{8} = 0,125, maar 16\frac{1}{6} = 0,1666...

Kommagetallen in contexten

Kommagetallen interpreteren betekent weten wat ze in een situatie voorstellen:

  • € 3,05 is 3 euro en 5 cent, niet 3 euro en 50 cent.
  • 1,5 uur is anderhalf uur, dus 1 uur en 30 minuten, niet 1 uur en 50 minuten.
  • 2,250 kg is 2 kg en 250 g.

Samengevat

  • Kommagetallen (decimale getallen) breiden het plaatswaardesysteem uit met t (0,1), h (0,01) en d (0,001).
  • De rangen staan symmetrisch rond de eenheden, niet rond de komma.
  • Lees volgens de plaatswaarde: 3,14 is 3 en 14 honderdsten.
  • Vergelijk rang per rang na de komma; nullen achteraan veranderen de waarde niet (0,5 = 0,50).
  • Vermijd de kommascheidingsfout: 0,3 > 0,12 en 3,14 + 2,4 = 5,54.
  • Ken paraat: 12\frac{1}{2} = 0,5; 14\frac{1}{4} = 0,25; 34\frac{3}{4} = 0,75; 15\frac{1}{5} = 0,2; 110\frac{1}{10} = 0,1; 1100\frac{1}{100} = 0,01.
  • Sommige breuken geven een repeterend kommagetal, zoals 13\frac{1}{3} = 0,333...

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

13 vragen 9 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.1.14

    De leerlingen kennen decimale getallen als uitbreiding van het plaatswaardesysteem via de breuken 110{\frac{1}{10}} en 1100{\frac{1}{100}} [I].

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.1.15

    De leerlingen kennen paraat het verband tussen de breuken 12{\frac{1}{2}}, 14{\frac{1}{4}}, 34{\frac{3}{4}}, 15{\frac{1}{5}}, 110{\frac{1}{10}}, 1100{\frac{1}{100}} en hun decimale vorm [F].

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.1.16

    De leerlingen kennen de volgende begrippen en wiskundige notaties [F]:

    • de (ver)deling, de (on)gelijke delen;
    • het dubbel, de helft, een kwart;
    • de teller, de noemer, de breukstreep, de breuk (/);
    • een stambreuk, een (on)echte breuk;
    • gelijkwaardig, vereenvoudigen, (on)gelijknamig;
    • de komma (,), t, h.
  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.1.19

    De leerlingen kunnen decimale getallen (tot op 1 honderdste):

    • lezen en noteren;
    • in tienden en honderdsten tellen, doortellen en terugtellen;
    • vergelijken, ordenen en plaatsen op de getallenas;
    • in tienden en honderdsten splitsen en samenstellen;
    • in herkenbare contexten interpreteren.

Bronnen

  1. 1

    Wiskunde A, cursus lerarenopleiding lager onderwijs (versie 2019-2020) · AP Hogeschool Antwerpen

    “Het talstelsel dat wij dagdagelijks gebruiken is het tiendelige of decimale talstelsel, omdat het grondtal 10 is.”

    https://www.ap.be/sites/default/files/Cursus%20Wiskunde%20A%20%28lager%20flex%29.pdf

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Decimale breuk · Wikipedia (nl)

    “Een decimale breuk is een breuk met als noemer een macht van 10, dus 10, 100, 1000, etc.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Decimale_breuk

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Decimale getallen (notatie, decimaalteken, komma, punt) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “gebruiken we in getallen een komma als decimaalteken en een spatie om de cijfers in groepjes van drie van elkaar te scheiden”

    https://www.vlaanderen.be/taaladvies/decimale-getallen-decimalen-decimaalteken-punt-komma

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Positiestelsel · Wikipedia (nl)

    “In dit stelsel heeft een getal als 1234 dan de betekenis: 1×1000 + 2×100 + 3×10 + 4×1.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Positiestelsel

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons