KKennisToetsLager onderwijs

Procenten en verhoudingen

Een procent als breuk met noemer 100, omzetten tussen breuk, kommagetal en procent, verhoudingen en de verhoudingstabel, en het verschil tussen een relatieve en een absolute vergelijking.

9 min lezen 9 doelen4 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Procenten en verhoudingen zijn overal: kortingen, btw, verkiezingsuitslagen, recepten, kaarten op schaal. Leerlingen moeten inzien dat breuken, kommagetallen en procenten drie schrijfwijzen zijn voor dezelfde soort getallen, en dat ze telkens de handigste vorm kunnen kiezen .

Wat is een procent?

Een procent (van het Latijn pro centum, per honderd) is een honderdste deel; het teken is % . Een procent is dus een breuk met noemer 100 :

35%=35100=0,3535\% = \frac{35}{100} = 0{,}35

"35% van de leerlingen" betekent: 35 op elke 100 leerlingen. In een berekening staat 70% voor het getal 0,7 .

Procenten maken vergelijken eenvoudig, omdat alles naar dezelfde referentie (100) wordt omgerekend. Een uitdrukking als "70%" heet een percentage .

Breuk, kommagetal en procent omzetten

Deze verbanden ken je paraat :

breukkommagetalprocent
12\frac{1}{2}0,550%
14\frac{1}{4}0,2525%
34\frac{3}{4}0,7575%
15\frac{1}{5}0,220%
110\frac{1}{10}0,110%
1100\frac{1}{100}0,011%

Handig om ook te kennen: 18\frac{1}{8} = 0,125 = 12,5%; 120\frac{1}{20} = 0,05 = 5%; 150\frac{1}{50} = 0,02 = 2%; 13\frac{1}{3} = 0,333... ≈ 33,3% .

Werkwijzen

  • Procent naar breuk: zet op noemer 100 en vereenvoudig. 40% = 40100\frac{40}{100} = 25\frac{2}{5}.
  • Procent naar kommagetal: deel door 100. 4,5% = 0,045; 125% = 1,25.
  • Kommagetal naar procent: vermenigvuldig met 100. 0,8 = 80%; 0,045 = 4,5%.
  • Breuk naar procent: maak een gelijkwaardige breuk met noemer 100, of deel teller door noemer. 35\frac{3}{5} = 60100\frac{60}{100} = 60%. 78\frac{7}{8} = 7 : 8 = 0,875 = 87,5%.

Procenten rond je af tot op een eenheid : 23\frac{2}{3} = 0,666... ≈ 67%; 87,5% ≈ 88%.

Verhoudingen

Een verhouding vergelijkt twee hoeveelheden als quotiënt. Je noteert ze met een dubbelpunt, 3 : 1, en leest "3 staat tot 1" of "3 op 1" . Een verhouding kan je ook als breuk of als percentage uitdrukken .

Er zijn twee types :

typevoorbeeldals breuk
deel-deelvoor elke witte kraal zijn er 3 zwarte (1 : 3)wit is 13\frac{1}{3} van zwart
deel-geheel3 op de 4 kralen zijn zwartzwart is 34\frac{3}{4} van alle kralen

Een rationaal getal (breuk, kommagetal, procent) kan dus een hoeveelheid aanduiden (34\frac{3}{4} liter) maar ook een verhouding (3 op 4) .

De verhoudingstabel

Een verhoudingstabel is een schema waarin je beide rijen met hetzelfde getal vermenigvuldigt of deelt. Ze is bruikbaar bij vereenvoudigen, procenten en herleidingen .

Ontbrekend verhoudingsgetal: 10 staat tot 20 zoals 3 staat tot ...? Schrijf als breuken: 1020\frac{10}{20} = 3x\frac{3}{x}. Omdat 20 het dubbele is van 10, is x het dubbele van 3, dus 6 .

Relatief en absoluut vergelijken

Bij een absolute vergelijking kijk je naar de werkelijke aantallen. Bij een relatieve vergelijking kijk je naar het deel ten opzichte van het geheel (een breuk, verhouding of procent) .

Het doel geeft dit voorbeeld: ik eet de helft van taart A, jij de helft van taart B. Relatief eten we evenveel (allebei de helft), maar absoluut hangt het af van de grootte van de taarten .

Samengevat

  • Een procent is een honderdste: 35% = 35100\frac{35}{100} = 0,35.
  • Ken paraat: 12\frac{1}{2} = 50%, 14\frac{1}{4} = 25%, 34\frac{3}{4} = 75%, 15\frac{1}{5} = 20%, 110\frac{1}{10} = 10%, 1100\frac{1}{100} = 1%.
  • Procent naar kommagetal: delen door 100. Kommagetal naar procent: vermenigvuldigen met 100.
  • Procenten rond je af tot op een eenheid: 23\frac{2}{3} ≈ 67%.
  • Een verhouding vergelijkt twee hoeveelheden (3 : 1); onderscheid deel-deel en deel-geheel.
  • Een verhoudingstabel lost "hoeveel voor ..."-vragen op door beide rijen met hetzelfde getal te bewerken.
  • Een absolute vergelijking kijkt naar aantallen, een relatieve naar het deel van het geheel.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

13 vragen 9 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

Bronnen

  1. 1

    Wiskunde A, cursus lerarenopleiding lager onderwijs (versie 2019-2020) · AP Hogeschool Antwerpen

    “Het talstelsel dat wij dagdagelijks gebruiken is het tiendelige of decimale talstelsel, omdat het grondtal 10 is.”

    https://www.ap.be/sites/default/files/Cursus%20Wiskunde%20A%20%28lager%20flex%29.pdf

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Procent · Wikipedia (nl)

    “Een procent (van Latijn: pro centum, per honderd), aangeduid door het procentteken (%), is een honderdste deel.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Procent

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Verhouding (wiskunde) · Wikipedia (nl)

    “In de wiskunde is de verhouding (ratio) tussen twee grootheden het quotiënt ervan.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Verhouding_(wiskunde)

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons