Bewerkingen met breuken
Gelijknamige en ongelijknamige breuken optellen en aftrekken, een breuk van een getal nemen, vermenigvuldigen en delen met breuken, de schematische voorstellingen en de drie basisregels.
Waarom dit ertoe doet
Rekenen met breuken is een sleutelonderdeel van de derde graad en een frequente bron van fouten, ook bij volwassenen. De minimumdoelen vragen niet alleen dat leerlingen de regels toepassen, maar ook dat ze een schematische voorstelling kennen van elke bewerking . Je moet als leerkracht dus kunnen uitleggen waarom de regels werken.
Optellen en aftrekken
Gelijknamige breuken
Gelijknamige breuken tel je op of trek je af door de tellers op te tellen of af te trekken; de noemer blijft :
Schematisch: een taart in vier gelijke stukken; je hebt er 3, je neemt er 1 weg, je houdt er 2 van de 4 over. De stukken blijven vierden: de noemer verandert niet .
Ongelijknamige breuken
Maak de breuken eerst gelijknamig, bij voorkeur met het kgv van de noemers, en tel dan de tellers op :
Schematisch: knip een strook van 1 m in vijf en een andere in tien gelijke stukken. Leg je ze naast elkaar, dan zie je dat m even lang is als m .
Gemengde getallen
Tel de gehelen en de breuken apart op, of zet alles om naar onechte breuken:
Bij aftrekken moet je soms een geheel "inwisselen": .
Een breuk van een getal: 'van' is 'maal'
Een breuk van een getal nemen doe je in twee stappen: delen door de noemer (één deel) en vermenigvuldigen met de teller (zoveel delen) :
van 25 = (25 : 5) × 2 = 5 × 2 = 10
Rond het 5de leerjaar wordt "een breuk nemen van" gelijkgesteld met vermenigvuldigen: van 20 = × 20 = 15 . Een context helpt: een atleet loopt keer rond een piste van 400 m, dus × 400 m = 1 000 m .
Vermenigvuldigen met breuken
| bewerking | regel | voorbeeld |
|---|---|---|
| natuurlijk getal × breuk | vermenigvuldig de teller met het getal | |
| breuk × natuurlijk getal | idem (vermenigvuldigen is commutatief) | |
| breuk × breuk | teller × teller en noemer × noemer |
Bronnen: .
De betekenis verschilt: 3 × is "3 keer een zesde" (herhaalde optelling), × 20 is "drie vierde van 20" (operator). Breuk × breuk lees je ook als "van": van = .
Delen met breuken
Breuk gedeeld door een natuurlijk getal
Is de teller deelbaar door het getal, deel dan de teller: . Anders vermenigvuldig je de noemer met het getal: .
Schematisch: van een strook verdelen over 4 mensen geeft elk van de strook. Delen door 4 is hetzelfde als ervan nemen.
Delen door een breuk
Delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde van die breuk . Het omgekeerde van is .
- . Betekenis (verhoudingsdeling): hoeveel derden passen er in 3 gehelen? In elk geheel 3, dus 9.
De drie basisregels
Alle bovenstaande werkwijzen vallen samen in drie basisregels :
- Optellen en aftrekken: maak gelijknamig, tel of trek de tellers af, behoud de noemer.
- Breuk × breuk: teller × teller, noemer × noemer. (Een natuurlijk getal schrijf je als breuk met noemer 1.)
- Breuk : breuk: vermenigvuldig met het omgekeerde van de deler.
Vereenvoudig de uitkomst altijd, en zet een onechte breuk om naar een gemengd getal als dat gevraagd wordt.
Kommagetallen via breuken
Vermenigvuldigen en delen met kommagetallen wordt inzichtelijk als je ze omzet naar breuken (zie ook de les over hoofdrekenen) :
- 0,4 × 0,7 = = 0,28
- 5,4 : 1,2 = = 4,5
Samengevat
- Gelijknamige breuken: tellers optellen of aftrekken, noemer behouden. Nooit de noemers optellen.
- Ongelijknamige breuken: eerst gelijknamig maken met het kgv van de noemers.
- Een breuk van een getal: delen door de noemer, vermenigvuldigen met de teller; 'van' betekent 'maal'.
- Breuk × breuk: teller × teller en noemer × noemer; schematisch met het rechthoekmodel.
- Breuk : natuurlijk getal: teller delen of noemer vermenigvuldigen.
- Delen door een breuk: vermenigvuldigen met het omgekeerde van de deler.
- Vereenvoudig waar het kan, liefst vóór het vermenigvuldigen.
Test wat je onthouden hebt
Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.
Officiële doelen in deze les
Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.
- Minimumdoel 4de leerjaar · 2.2.23
De leerlingen kennen een schematische voorstelling voor de oplossingsstrategie van optellen/aftrekken met breuken [I].
- Minimumdoel 4de leerjaar · 2.2.24
De leerlingen kunnen bij breuken waarbij de noemer beperkt is tot en met 20:
- gelijknamige breuken optellen en aftrekken;
- een breuk van een getal nemen.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 2.2.1
De leerling kent** **het vermenigvuldigen: ‘van’ als ‘maal’ bij breuken [I].
- Minimumdoel 6de leerjaar · 2.2.4
De leerling kan** **betekenisvolle situaties omzetten naar bewerkingen met breuken en procenten.
Bronnen
- 1
Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming
https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 2
Breuk (wiskunde) · Wikipedia (nl)
“Beschouwt men de breuk als deling, dan is de teller het deeltal en de noemer de deler.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/Breuk_(wiskunde)Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 3
Wiskunde A, cursus lerarenopleiding lager onderwijs (versie 2019-2020) · AP Hogeschool Antwerpen
“Het talstelsel dat wij dagdagelijks gebruiken is het tiendelige of decimale talstelsel, omdat het grondtal 10 is.”
https://www.ap.be/sites/default/files/Cursus%20Wiskunde%20A%20%28lager%20flex%29.pdfGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 4
Kleinste gemene veelvoud · Wikipedia (nl)
“het kleinste positieve gehele getal dat een veelvoud is van beide getallen”
https://nl.wikipedia.org/wiki/Kleinste_gemene_veelvoudGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 5
De Basis. Wiskunde voor de lagere school (oefenboek) · Jeroen Van Hijfte en Nathalie Vermeersch, Acco · ISBN 9789464676327
https://www.accouitgeverij.nl/winkel/basis-0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons