KKennisToetsLager onderwijs

Bewerkingen met breuken

Gelijknamige en ongelijknamige breuken optellen en aftrekken, een breuk van een getal nemen, vermenigvuldigen en delen met breuken, de schematische voorstellingen en de drie basisregels.

11 min lezen 10 doelen5 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Rekenen met breuken is een sleutelonderdeel van de derde graad en een frequente bron van fouten, ook bij volwassenen. De minimumdoelen vragen niet alleen dat leerlingen de regels toepassen, maar ook dat ze een schematische voorstelling kennen van elke bewerking . Je moet als leerkracht dus kunnen uitleggen waarom de regels werken.

Optellen en aftrekken

Gelijknamige breuken

Gelijknamige breuken tel je op of trek je af door de tellers op te tellen of af te trekken; de noemer blijft :

34−14=24=12\frac{3}{4} - \frac{1}{4} = \frac{2}{4} = \frac{1}{2}

Schematisch: een taart in vier gelijke stukken; je hebt er 3, je neemt er 1 weg, je houdt er 2 van de 4 over. De stukken blijven vierden: de noemer verandert niet .

Ongelijknamige breuken

Maak de breuken eerst gelijknamig, bij voorkeur met het kgv van de noemers, en tel dan de tellers op :

15+110=210+110=310\frac{1}{5} + \frac{1}{10} = \frac{2}{10} + \frac{1}{10} = \frac{3}{10}

Schematisch: knip een strook van 1 m in vijf en een andere in tien gelijke stukken. Leg je ze naast elkaar, dan zie je dat 15\frac{1}{5} m even lang is als 210\frac{2}{10} m .

Gemengde getallen

Tel de gehelen en de breuken apart op, of zet alles om naar onechte breuken:

212+123=236+146=376=4162\frac{1}{2} + 1\frac{2}{3} = 2\frac{3}{6} + 1\frac{4}{6} = 3\frac{7}{6} = 4\frac{1}{6}

Bij aftrekken moet je soms een geheel "inwisselen": 314−123=3312−1812=21512−1812=17123\frac{1}{4} - 1\frac{2}{3} = 3\frac{3}{12} - 1\frac{8}{12} = 2\frac{15}{12} - 1\frac{8}{12} = 1\frac{7}{12}.

Een breuk van een getal: 'van' is 'maal'

Een breuk van een getal nemen doe je in twee stappen: delen door de noemer (één deel) en vermenigvuldigen met de teller (zoveel delen) :

25\frac{2}{5} van 25 = (25 : 5) × 2 = 5 × 2 = 10

Rond het 5de leerjaar wordt "een breuk nemen van" gelijkgesteld met vermenigvuldigen: 34\frac{3}{4} van 20 = 34\frac{3}{4} × 20 = 15 . Een context helpt: een atleet loopt 2122\frac{1}{2} keer rond een piste van 400 m, dus 2122\frac{1}{2} × 400 m = 1 000 m .

Vermenigvuldigen met breuken

bewerkingregelvoorbeeld
natuurlijk getal × breukvermenigvuldig de teller met het getal3×16=36=123 \times \frac{1}{6} = \frac{3}{6} = \frac{1}{2}
breuk × natuurlijk getalidem (vermenigvuldigen is commutatief)34×5=154=334\frac{3}{4} \times 5 = \frac{15}{4} = 3\frac{3}{4}
breuk × breukteller × teller en noemer × noemer34×25=620=310\frac{3}{4} \times \frac{2}{5} = \frac{6}{20} = \frac{3}{10}

Bronnen: .

De betekenis verschilt: 3 × 16\frac{1}{6} is "3 keer een zesde" (herhaalde optelling), 34\frac{3}{4} × 20 is "drie vierde van 20" (operator). Breuk × breuk lees je ook als "van": 15\frac{1}{5} van 13\frac{1}{3} = 115\frac{1}{15}.

Delen met breuken

Breuk gedeeld door een natuurlijk getal

Is de teller deelbaar door het getal, deel dan de teller: 125:4=35\frac{12}{5} : 4 = \frac{3}{5}. Anders vermenigvuldig je de noemer met het getal: 73:2=76\frac{7}{3} : 2 = \frac{7}{6} .

Schematisch: 14\frac{1}{4} van een strook verdelen over 4 mensen geeft elk 116\frac{1}{16} van de strook. Delen door 4 is hetzelfde als 14\frac{1}{4} ervan nemen.

Delen door een breuk

Delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde van die breuk . Het omgekeerde van 23\frac{2}{3} is 32\frac{3}{2}.

  • 3:13=3×3=93 : \frac{1}{3} = 3 \times 3 = 9. Betekenis (verhoudingsdeling): hoeveel derden passen er in 3 gehelen? In elk geheel 3, dus 9.
  • 6:34=6×43=243=86 : \frac{3}{4} = 6 \times \frac{4}{3} = \frac{24}{3} = 8
  • 94:23=94×32=278=338\frac{9}{4} : \frac{2}{3} = \frac{9}{4} \times \frac{3}{2} = \frac{27}{8} = 3\frac{3}{8}

De drie basisregels

Alle bovenstaande werkwijzen vallen samen in drie basisregels :

  1. Optellen en aftrekken: maak gelijknamig, tel of trek de tellers af, behoud de noemer.
  2. Breuk × breuk: teller × teller, noemer × noemer. (Een natuurlijk getal schrijf je als breuk met noemer 1.)
  3. Breuk : breuk: vermenigvuldig met het omgekeerde van de deler.

Vereenvoudig de uitkomst altijd, en zet een onechte breuk om naar een gemengd getal als dat gevraagd wordt.

Kommagetallen via breuken

Vermenigvuldigen en delen met kommagetallen wordt inzichtelijk als je ze omzet naar breuken (zie ook de les over hoofdrekenen) :

  • 0,4 × 0,7 = 410×710=28100\frac{4}{10} \times \frac{7}{10} = \frac{28}{100} = 0,28
  • 5,4 : 1,2 = 5410:1210=5410×1012=5412=92\frac{54}{10} : \frac{12}{10} = \frac{54}{10} \times \frac{10}{12} = \frac{54}{12} = \frac{9}{2} = 4,5

Samengevat

  • Gelijknamige breuken: tellers optellen of aftrekken, noemer behouden. Nooit de noemers optellen.
  • Ongelijknamige breuken: eerst gelijknamig maken met het kgv van de noemers.
  • Een breuk van een getal: delen door de noemer, vermenigvuldigen met de teller; 'van' betekent 'maal'.
  • Breuk × breuk: teller × teller en noemer × noemer; schematisch met het rechthoekmodel.
  • Breuk : natuurlijk getal: teller delen of noemer vermenigvuldigen.
  • Delen door een breuk: vermenigvuldigen met het omgekeerde van de deler.
  • Vereenvoudig waar het kan, liefst vóór het vermenigvuldigen.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

15 vragen 9 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

Bronnen

  1. 1

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Breuk (wiskunde) · Wikipedia (nl)

    “Beschouwt men de breuk als deling, dan is de teller het deeltal en de noemer de deler.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Breuk_(wiskunde)

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Wiskunde A, cursus lerarenopleiding lager onderwijs (versie 2019-2020) · AP Hogeschool Antwerpen

    “Het talstelsel dat wij dagdagelijks gebruiken is het tiendelige of decimale talstelsel, omdat het grondtal 10 is.”

    https://www.ap.be/sites/default/files/Cursus%20Wiskunde%20A%20%28lager%20flex%29.pdf

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Kleinste gemene veelvoud · Wikipedia (nl)

    “het kleinste positieve gehele getal dat een veelvoud is van beide getallen”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Kleinste_gemene_veelvoud

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    De Basis. Wiskunde voor de lagere school (oefenboek) · Jeroen Van Hijfte en Nathalie Vermeersch, Acco · ISBN 9789464676327

    https://www.accouitgeverij.nl/winkel/basis-0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons