KKennisToetsLager onderwijs

Meten en het metriek stelsel

Wat meten is, maat, maatgetal en maateenheid, het SI en de voorvoegsels, lengtematen en oppervlaktematen herleiden (met are en hectare), notatie, schatten en indirect meten.

11 min lezen 25 doelen15 bronnen

Meten is overal: een kast die in een nis moet passen, een perceel bouwgrond, een medicijn dat per milliliter wordt toegediend. In het lager onderwijs bouwen leerlingen stap voor stap één samenhangend systeem op, het metriek stelsel. Wie dat systeem doorziet, hoeft geen tientallen losse omrekeningen te onthouden: één patroon volstaat voor lengte, oppervlakte, inhoud, volume en massa. Deze les legt de basis; inhoud, volume en massa krijgen elk een eigen les.

Wat is meten?

We meten nooit een voorwerp zelf, maar een grootheid van dat voorwerp: de lengte van een tafel, de oppervlakte van een blad, de massa van een appel. Meten is een verhouding bepalen: je gaat na hoe vaak een gekozen maateenheid in de te meten grootheid past .

Het resultaat is een maat, bestaande uit een maatgetal en een maateenheid. In "de tafel is 2 m lang" is 2 het maatgetal, m (meter) de maateenheid en 2 m de maat. Natuurkundig geformuleerd: de waarde van een grootheid is het product van een getal en een eenheid .

Belangrijke meetinzichten uit de minimumdoelen :

  • Hoe kleiner de maateenheid, hoe groter het maatgetal (en omgekeerd): 2 m = 20 dm = 200 cm.
  • Elk meetresultaat is een benadering. Een fijnere maateenheid levert een nauwkeuriger meting op.
  • Om meetresultaten te vergelijken, druk je ze uit in dezelfde maateenheid.
  • Standaardmaateenheden berusten op afspraken en vormen samen een systeem: het metriek stelsel.

Vóór het metriek stelsel gebruikte men maten als de el, de voet en de duim, die van streek tot streek verschilden. Het metriek stelsel verving die door één decimaal systeem . Dat toont waarom standaardmaten nodig zijn: alleen dan zijn metingen eenduidig en vergelijkbaar.

Het SI en de voorvoegsels

Het Internationaal Stelsel van Eenheden (SI) is de internationale metrieke standaard en is de wettelijke standaard in de Europese Unie . Het SI telt zeven basiseenheden, onder andere de meter (m), de kilogram (kg) en de seconde (s) .

Grotere en kleinere eenheden maak je met voorvoegsels die telkens een macht van tien voorstellen :

voorvoegselsymboolbetekenis
kilok1 000
hectoh100
decada10
(basiseenheid)1
decid0,1
centic0,01
millim0,001

Volgens het SI schrijf je voorvoegsels voor 10 tot 1 000 (da, h, k) met kleine letters .

Lengtematen

De eenheid van lengte is de meter. De lengtematen zijn km, hm, dam, m, dm, cm en mm. Tussen twee opeenvolgende lengtematen zit telkens een factor 10.

kmhmdammdmcmmm
345

In de tabel staat 3,45 m. Je leest dezelfde lengte af als 34,5 dm, 345 cm of 0,345 dam.

Oppervlaktematen

Lengte is een eendimensionale grootheid, oppervlakte een tweedimensionale . Een vierkante meter (m²) is de oppervlakte van een vierkant met zijden van 1 meter . Zo'n vierkant is 10 dm lang en 10 dm breed en bevat dus 10×10=10010 \times 10 = 100 vierkante decimeters. Daarom zit tussen opeenvolgende oppervlaktematen telkens een factor 100.

De oppervlaktematen zijn km², hm², dam², m², dm², cm² en mm². In een herleidingstabel krijgt elke oppervlaktemaat twee kolommen:

km²hm²dam²m²dm²cm²mm²
0 25 0

Hier staat 2,5 m² = 250 dm². Enkele vaste verbanden: 1 m² = 100 dm² = 10 000 cm², en 1 m² = 1 000 000 mm² .

Are, hectare en centiare

Voor de oppervlakte van grond gebruikt men ook de landmaten :

landmaatsymboolgelijk aan
hectareha1 hm² = 10 000 m²
area1 dam² = 100 m²
centiareca1 m²

Er gaan 100 hectare in 1 km² . Een hectare is een vierkant van 100 m bij 100 m. Een voetbalveld is kleiner: de afmetingen verschillen, maar liggen ongeveer tussen 0,64 en 0,71 ha . Dat maakt de hectare een bruikbare referentiemaat.

Juiste notatie

  • Tussen het getal en het symbool van de eenheid komt een spatie: 18 cm, 120 km .
  • Een symbool schrijf je zonder punt, bijvoorbeeld km/h en kg .
  • In het Nederlands is de komma het decimaalteken en worden grote getallen in groepjes van drie cijfers gescheiden, bij voorkeur met een spatie: 10 000,25 .
  • In één uitdrukking gebruik je bij voorkeur één eenheid: 10,234 m in plaats van 10 m 23,4 cm .

Meetinstrumenten, schatten en referentiematen

Bij lengte kies je een geschikt meetinstrument: een lat of meetlat voor kleine afstanden, een plooimeter of rolmeter voor een kamer, een meetwiel voor een speelplaats. Leerlingen meten een lengte tot op 1 mm nauwkeurig en meten een oppervlakte door hokjes te tellen op roosterpapier .

Schatten gebeurt met referentiematen: een bekende maat waarmee je vergelijkt. De minimumdoelen noemen als voorbeeld de lengte van een volwassene als referentiepunt om de hoogte van een gebouw te schatten . Daarna vergelijk je de schatting met het meetresultaat. Een meetresultaat rond je zinvol af: de hoogte van een gebouw geef je niet in millimeter.

Indirect meten

Soms kun je een grootheid niet rechtstreeks meten. Dan meet je indirect :

  • via een berekening: een pak van 500 bladen is 5 cm dik, dus één blad is 5:500=0,015 : 500 = 0{,}01 cm = 0,1 mm dik;
  • via een andere grootheid: wie weet dat hij in een uur ongeveer 5 km wandelt, kan uit de wandeltijd de afstand schatten;
  • via een verhoudingstabel of formule, zoals bij schaal en snelheid.

Verhoudingsmeting en intervalmeting

Bij lengte, massa en tijdsduur heeft nul een echte betekenis (geen lengte, geen massa). Daarom zijn verhoudingen zinvol: 20 cm is dubbel zo lang als 10 cm. Dit noemt men een verhoudingsmeting. Bij temperatuur in graden Celsius en bij een tijdstip is het nulpunt een afspraak. Je kunt verschillen berekenen, maar 20 °C is niet twee keer zo warm als 10 °C . Dat is een intervalmeting.

Samengevat

  • Je meet een grootheid. Maat = maatgetal + maateenheid. Hoe kleiner de eenheid, hoe groter het maatgetal.
  • Het metriek stelsel en het SI zijn decimaal opgebouwd met voorvoegsels: kilo (1 000), hecto (100), deca (10), deci (0,1), centi (0,01), milli (0,001).
  • Lengtematen: factor 10 per stap. Oppervlaktematen: factor 100 per stap, twee kolommen per eenheid in de tabel.
  • 1 ha = 1 hm² = 10 000 m², 1 a = 1 dam² = 100 m², 1 ca = 1 m², 100 ha = 1 km².
  • Schrijf een spatie tussen getal en eenheid, geen punt na een symbool en een komma als decimaalteken.
  • Schat met referentiematen, meet indirect waar nodig en ken het verschil tussen verhoudingsmeting en intervalmeting.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

13 vragen 12 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.3.1

    De leerlingen kennen de volgende meetinzichten [I]:

    • we meten geen objecten maar grootheden van objecten;
    • meten is het bepalen van een verhouding: bij een meting gaan we na hoe vaak de maateenheid in de te meten grootheid gaat;
    • hoe kleiner de maateenheid, hoe groter het maatgetal (en omgekeerd);
    • elk meetresultaat is een benadering, verfijning van maten leidt tot nauwkeuriger meten;
    • om meetresultaten te vergelijken, is het nodig dat we ze in dezelfde maateenheid uitdrukken;
    • de standaardmaateenheden berusten op afspraken en staan in een vaste verhouding tot elkaar, ze vormen een systeem: het metriek stelsel.
  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.3.2

    De leerlingen kennen de noodzakelijkheid van standaardmaten voor het eenduidig uitvoeren en vergelijken van metingen [I].

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.3.3

    De leerlingen kennen de volgende begrippen [F]: de maateenheid, het maatgetal, de maat (= maatgetal + maateenheid).

  • Minimumdoel 4de leerjaar · 2.3.4

    De leerlingen kunnen meten en metend rekenen voor lengte, oppervlakte en inhoud, massa, geld, tijdstip en tijdsduur, temperatuur (zie verder) met inbegrip van:

    • het zinvol afronden van het resultaat;
    • het ordenen van meetresultaten (seriëren).

Bronnen

  1. 1

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Natuurkundige eenheid · Wikipedia (nl)

    “De waarde van de grootheid kan worden beschouwd als het product van de numerieke waarde en de eenheid.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurkundige_eenheid

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Metriek stelsel · Wikipedia (nl)

    “Door middel van voorvoegsels als centi, kilo, enzovoorts, kan men van een kleinere eenheid naar een grotere gaan of omgekeerd.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Metriek_stelsel

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    SI-stelsel · Wikipedia (nl)

    “Het stelsel is de wettelijke standaard in de Europese Unie.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/SI-stelsel

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    SI base units and defining constants (Measurement units) · Bureau International des Poids et Mesures (BIPM)

    “The SI includes seven base units, each associated with a fundamental quantity.”

    https://www.bipm.org/en/measurement-units

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    SI prefixes · Bureau International des Poids et Mesures (BIPM)

    “Decimal multiples and submultiples of SI units can be written using the SI prefixes listed below”

    https://www.bipm.org/en/measurement-units/si-prefixes

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    The International System of Units (SI), 9th edition, hoofdstuk 3 en 4 (voorvoegsels en Table 8, non-SI units) · Bureau International des Poids et Mesures (BIPM)

    “It is recognized that some non-SI units are widely used and that this is expected to continue for many years.”

    https://www.bipm.org/documents/20126/41483022/SI-Brochure-9-EN.pdf

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    Vierkante meter · Wikipedia (nl)

    “Een vierkante meter is gelijk aan de oppervlakte van een vierkant met zijden van 1 meter.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Vierkante_meter

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  9. 9

    Are · Wikipedia (nl)

    “Een are omvat een gebied van 100 m², ofwel een vierkante decameter”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Are

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  10. 10

    Hectare · Wikipedia (nl)

    “Er gaan 100 hectare in 1 km².”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Hectare

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  11. 11

    Eenheden en symbolen (spatie) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “In combinaties van een getal en een symbool voor een eenheid komt er in de regel een spatie tussen het getal en het symbool.”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/taaladviezen/eenheden-en-symbolen-spatie

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  12. 12

    The International System of Units (SI), 9th edition, 5.4.3 Formatting the value of a quantity · Bureau International des Poids et Mesures (BIPM)

    “The numerical value always precedes the unit and a space is always used to separate the unit from the number.”

    https://www.bipm.org/documents/20126/41483022/SI-Brochure-9-EN.pdf

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  13. 13

    Afkortingen 2. Spelling van symbolen voor eenheden, grootheden en valuta · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “Schrijf een symbool zonder punten.”

    https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingregels/afkortingen/afkortingen-2-spelling-van-symbolen-voor-eenheden-grootheden-en-valuta

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  14. 14

    Decimale getallen (notatie, decimaalteken, komma, punt) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “gebruiken we in getallen een komma als decimaalteken en een spatie om de cijfers in groepjes van drie van elkaar te scheiden”

    https://www.vlaanderen.be/taaladvies/decimale-getallen-decimalen-decimaalteken-punt-komma

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  15. 15

    Meetschaal (niveau) · Wikipedia (nl)

    “Het is echter niet zo dat een temperatuur van 20 °C twee keer zo veel is als een temperatuur van 10 °C”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Meetschaal_(niveau)

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons