Voedselketens, voedselwebben en de voedselkringloop
Producenten, consumenten en reducenten; planteneters, vleeseters en alleseters; voedselketens lezen en opstellen; het voedselweb, de voedselpiramide en de voedselkringloop, met de zon als begin.
Eten en gegeten worden
Elk organisme heeft energie en bouwstoffen nodig. Planten maken die zelf; dieren moeten andere organismen eten. Wie wie eet, bepaalt hoe een ecosysteem in elkaar zit. Verdwijnt één schakel, dan voelen andere soorten dat ook. In de lagere school heet dit vaak "de wet van eten en gegeten worden".
Producenten, consumenten en reducenten
| rol | wat doet het? | voorbeelden |
|---|---|---|
| producent | maakt zelf voedsel (suikers) uit koolstofdioxide en water met de energie van zonlicht (fotosynthese) | groene planten, algen |
| consument | eet andere organismen om energie en bouwstoffen te krijgen | konijn, merel, vos, mens |
| reducent (afbreker) | breekt dode resten en uitwerpselen af tot eenvoudige stoffen (mineralen) die planten weer opnemen | bacteriën, schimmels |
Consumenten deel je in volgens hun voedsel :
- planteneter (herbivoor): eet planten, bv. konijn, ree, rups, slak;
- vleeseter (carnivoor): eet dieren, bv. vos, sperwer, spin, lieveheersbeestje (eet bladluizen);
- alleseter (omnivoor): kan zowel plantaardig als dierlijk voedsel eten, bv. de mens, het wilde zwijn, of de merel, die wormen, insecten, slakken en vruchten eet .
Daarnaast zijn er afvaleters zoals regenwormen, die leven van dood plantaardig materiaal en plantenresten in hun gangen trekken . Samen met schimmels en bacteriën sluiten zulke kleine beestjes de voedselketens tot een kringloop ; in het lager onderwijs worden ze vaak samen met de reducenten als "afbrekers" behandeld.
De voedselketen
Een voedselketen is een reeks organismen waarin elk organisme gegeten wordt door het volgende. Een voedselketen beschrijft de voedselrelaties tussen organismen in een ecosysteem . De pijl wijst van wat gegeten wordt naar wie eet: de pijl betekent "wordt gegeten door" en toont zo de richting waarin voedsel en energie doorgegeven worden.
Elke voedselketen begint bij een producent en eindigt bij een toppredator . Omdat producenten hun energie halen uit zonlicht, begint bijna elke voedselketen bij de zon . Uitzonderingen zijn er bijvoorbeeld diep in de oceaan, bij hydrothermale bronnen, waar micro-organismen energie halen uit chemische stoffen in plaats van uit licht .
Een voedselketen interpreteren
Uit een voedselketen kan je afleiden wat er gebeurt als een schakel verandert. Neem gras → konijn → vos. Als konijnen door ziekte sterk afnemen, krijgen vossen minder voedsel en nemen ze op termijn af, terwijl het gras minder begraasd wordt en hoger groeit.
Het voedselweb
In werkelijkheid eet een dier meestal meer dan één soort voedsel en heeft het meer dan één vijand. Voedselketens zijn daardoor met elkaar verbonden tot een voedselweb: een voedselweb bestaat uit meerdere voedselketens die schakels gemeenschappelijk hebben .
Als een soort uit een voedselketen verdwijnt, kan dat ernstige gevolgen hebben voor het hele ecosysteem . In een web met veel verbindingen kan een roofdier soms overschakelen op een andere prooi. Dat is een van de redenen waarom biodiversiteit belangrijk is.
De voedselpiramide
In een voedselpiramide (ecologische piramide) stel je de schakels (trofische niveaus) boven elkaar voor: onderaan de producenten, daarboven de consumenten van de eerste orde (planteneters), daarboven de consumenten van de tweede orde (vleeseters) . De piramide wordt naar boven toe smaller, omdat slechts een deel van wat in het ene niveau aanwezig is, beschikbaar komt voor het volgende niveau. Een deel wordt verbruikt om te leven (verbranding), een deel wordt niet gegeten of uitgescheiden, en een deel gaat verloren als warmte . Er zijn daarom veel meer planten dan planteneters, en meer planteneters dan roofdieren.
De voedselkringloop
Als planten en dieren sterven, of als dieren uitwerpselen achterlaten, breken reducenten dat materiaal af tot mineralen. Die komen in de bodem en worden door de wortels van producenten opnieuw opgenomen . Zo ontstaat een kringloop:
producent → consument → reducent → mineralen in de bodem → producent
Stoffen gaan dus rond in een kringloop, terwijl energie in één richting doorstroomt: van de zon, via producenten en consumenten, en uiteindelijk verloren als warmte.
Samengevat
- Producenten (groene planten) maken voedsel met zonlicht; consumenten eten andere organismen; reducenten (bacteriën, schimmels) breken dode resten af tot mineralen.
- Planteneters (herbivoren) eten planten, vleeseters (carnivoren) dieren, alleseters (omnivoren) beide.
- In een voedselketen wijst de pijl naar wie eet. Elke keten begint bij een producent, en bijna elke keten dus bij de zon.
- Een voedselweb bestaat uit meerdere verbonden voedselketens.
- In de voedselpiramide wordt elke hogere laag kleiner, omdat er bij elke stap energie verloren gaat.
- In de voedselkringloop keren stoffen via de reducenten terug naar de producenten.
Test wat je onthouden hebt
Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.
Officiële doelen in deze les
Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 3.2.1
De leerlingen kennen de volgende begrippen: de biodiversiteit, het voedselweb, het grasland, het bos, de heide, de zee en de kust, het stadslandschap, het agrarisch landschap, het zoet water, het ecosysteem.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 3.2.2
De leerlingen kennen de opbouw van een voedselweb.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 3.2.6
De leerlingen kunnen voedselketens opnoemen en interpreteren.
- Minimumdoel 6de leerjaar · 3.2.21
De leerlingen weten dat bijna elke voedselketen start onder invloed van de energie van de zon.
Bronnen
- 1
Ecosysteem · Wikipedia (nl)
“Een ecosysteem of oecosysteem is een natuurlijk systeem, dat bestaat uit de organismen die in een bepaald gebied voorkomen”
https://nl.wikipedia.org/wiki/EcosysteemGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 2
Reducent · Wikipedia (nl)
“De gevormde anorganische stoffen kunnen producenten (planten) weer voor hun groei gebruiken”
https://nl.wikipedia.org/wiki/ReducentGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 3
Voedselkringloop. Eten en gegeten worden (De Buitendienst) · Schooltv (NTR)
“Voedselketens beginnen altijd bij een plant. Die plant wordt gegeten door een planteneter, de planteneter weer door een vleeseter.”
https://cdn3.schooltv.nl/fileadmin/PROGRAMMA/Basisonderwijs/DeBuitendienst/Voedselkringloop.pdfGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 4
Herbivoor · Wikipedia (nl)
“is een organisme dat zich uitsluitend met plantaardig voedsel voedt”
https://nl.wikipedia.org/wiki/HerbivoorGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 5
Omnivoor · Wikipedia (nl)
“De merel bijvoorbeeld eet wormen, insecten, slakken en vruchten.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/OmnivoorGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 6
Regenwormen · Wikipedia (nl)
“Regenwormen zijn afvaleters die leven van dood organisch plantaardig materiaal.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/RegenwormenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 7
Voedselketen · Wikipedia (nl)
“Een voedselketen begint met een producent (in de afbeelding een alg) en eindigt met een toppredator”
https://nl.wikipedia.org/wiki/VoedselketenGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 8
How does energy from the Sun support life on Earth? · NASA Science
“Energy from the Sun provides heat, light, and food for organisms on Earth.”
https://science.nasa.gov/big-idea-2-1-intermediate-level-guiding-question/Geraadpleegd op 15 oktober 2026
- 9
Chemosynthese · Wikipedia (nl)
“Het leven rond deze bronnen is geheel onafhankelijk van zonlicht.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/ChemosyntheseGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 10
Voedselweb · Wikipedia (nl)
“Een voedselweb in een ecosysteem bestaat uit meerdere voedselketens, die schakels gemeenschappelijk hebben.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/VoedselwebGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 11
Trofisch niveau · Wikipedia (nl)
“Een voedselpiramide is een diagram waarin de biomassa van elk trofisch niveau is uitgezet.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/Trofisch_niveauGeraadpleegd op 15 oktober 2026
- 12
Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming
https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0Geraadpleegd op 15 oktober 2026
Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons