KKennisToetsLager onderwijs

Geld en prijsberekeningen

Euromunten en eurobiljetten, notatie van bedragen, betalen en teruggeven, en de begrippen inkoopprijs, verkoopprijs, winst, verlies, korting en enkelvoudige interest met procenten.

10 min lezen 9 doelen8 bronnen

Geld is voor kinderen vaak de eerste grootheid waarmee ze echt rekenen: zakgeld tellen, wisselgeld controleren, kortingen vergelijken. In de derde graad komen daar handelsbegrippen bij zoals winst, verlies en korting, meestal in combinatie met procenten. Deze les zet de begrippen en de rekenwijzen op een rij.

Euro en eurocent

De munteenheid in België is de euro, met symbool € en ISO-code EUR . Eén euro is 100 eurocent .

  • Munten: er zijn acht waarden: 1, 2, 5, 10, 20 en 50 cent, en 1 euro en 2 euro .
  • Biljetten: 5, 10, 20, 50, 100 en 200 euro worden uitgegeven. Er bestaat ook een biljet van 500 euro, maar de uitgifte daarvan stopte in 2019 .

Een bedrag noteer je met een decimale komma en twee cijfers na de komma voor de centen, bijvoorbeeld € 48,95 . Let op: € 3,5 lees je als drie euro vijftig, en schrijf je beter als € 3,50.

Betalen, teruggeven en totaalprijzen

Leerlingen moeten tot op 1 eurocent nauwkeurig kunnen betalen, wisselen, teruggeven en inschatten, en de totaalprijs van verschillende artikelen berekenen .

Teruggeven door aanvullen. Een winkelier geeft vaak terug door van het bedrag op te tellen tot aan wat de klant gaf. Kost iets € 6,35 en betaal je met € 20: van 6,35 naar 6,40 (5 cent), naar 7 (60 cent), naar 10 (3 euro), naar 20 (10 euro). Samen € 13,65.

Schatten doe je door af te ronden: drie artikelen van € 2,95, € 4,10 en € 7,99 kosten ongeveer 3+4+8=153 + 4 + 8 = 15 euro (precies € 15,04).

Inkoopprijs, verkoopprijs, winst en verlies

Een handelaar koopt goederen aan tegen de inkoopprijs en verkoopt ze tegen de verkoopprijs .

  • Is de verkoopprijs hoger, dan maakt hij winst: winst = verkoopprijs − inkoopprijs.
  • Is de verkoopprijs lager, dan lijdt hij verlies: verlies = inkoopprijs − verkoopprijs.

Zijn twee van de drie bedragen gegeven, dan bereken je het derde : verkoopprijs = inkoopprijs + winst, inkoopprijs = verkoopprijs − winst.

Winst of verlies in procent

Een percentage is altijd een deel van een referentiegrootheid die op 100% gesteld wordt; die referentie moet duidelijk zijn . Bij winst en verlies is dat in schoolvraagstukken doorgaans de inkoopprijs. Lees in de opgave altijd na welk bedrag 100% is.

Korting: oude prijs en nieuwe prijs

Een korting is een vermindering van de oorspronkelijke prijs, meestal met een bepaald percentage . Je werkt met drie bedragen: de oude prijs, de korting en de nieuwe prijs .

nieuwe prijs=oude prijs−korting\text{nieuwe prijs} = \text{oude prijs} - \text{korting}

Het kortingspercentage bereken je ten opzichte van de oude prijs.

Prijsstijging en enkelvoudige interest

Een prijsstijging werkt zoals korting, maar in de andere richting: nieuwe prijs = oude prijs + stijging.

Interest (in Nederland: rente) is de vergoeding voor het uitlenen van geld. Het uitgeleende bedrag heet het kapitaal of de hoofdsom; de rentevoet is het deel van het kapitaal dat per periode (meestal een jaar) als interest wordt berekend, uitgedrukt in procent . Bij enkelvoudige interest krijg je elk jaar interest op hetzelfde beginkapitaal:

interest=kapitaal×rentevoet×aantal jaren\text{interest} = \text{kapitaal} \times \text{rentevoet} \times \text{aantal jaren}

Bij samengestelde interest (rente op rente) krijg je ook interest op eerder ontvangen interest . Dat behoort niet tot de minimumdoelen van het lager onderwijs.

Samengevat

  • 1 euro = 100 cent. Munten: 1, 2, 5, 10, 20, 50 cent, 1 en 2 euro. Biljetten: 5 tot 200 euro (500 euro wordt niet meer uitgegeven).
  • Noteer bedragen als € 48,95; contante betalingen worden in België afgerond op 5 cent.
  • Winst = verkoopprijs − inkoopprijs; verlies = inkoopprijs − verkoopprijs.
  • Nieuwe prijs = oude prijs − korting; het kortingspercentage gaat uit van de oude prijs.
  • Een percentage verwijst altijd naar een referentiebedrag van 100%: zoek dat eerst.
  • Enkelvoudige interest = kapitaal × rentevoet × aantal jaren.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

12 vragen 7 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

Bronnen

  1. 1

    Euro · Wikipedia (nl)

    “In België worden betalingen in baar geld sedert 1 december 2019 afgerond op 5 cent.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Euro

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Euromunten · Europese Centrale Bank

    “Euromunten zijn er in acht verschillende waarden: 1, 2, 5, 10, 20 en 50 cent, en 1 euro en 2 euro.”

    https://www.ecb.europa.eu/euro/coins/html/index.nl.html

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Eurobankbiljetten · Wikipedia (nl)

    “De uitgifte van biljetten van 500 euro stopte in 2019”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Eurobankbiljetten

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Decimale getallen (notatie, decimaalteken, komma, punt) · Vlaamse overheid, Team Taaladvies

    “gebruiken we in getallen een komma als decimaalteken en een spatie om de cijfers in groepjes van drie van elkaar te scheiden”

    https://www.vlaanderen.be/taaladvies/decimale-getallen-decimalen-decimaalteken-punt-komma

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    Procent · Wikipedia (nl)

    “Bij een percentage moet uiteraard de referentiegrootheid duidelijk zijn.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Procent

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    Korting · Wikipedia (nl)

    “Een korting is een vermindering van de oorspronkelijke prijs, meestal met een bepaald percentage.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Korting

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    Rente · Wikipedia (nl)

    “de fractie van de hoofdsom die als rente wordt berekend en wordt deze in procenten uitgedrukt”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Rente

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons