KKennisToetsLager onderwijs

De onderzoekscyclus en eerlijk onderzoek

De vijf fasen van de onderzoekscyclus (verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren), onderzoeksvraag en hypothese, variabelen, gecontroleerde omstandigheden en reproduceerbaarheid.

11 min lezen 11 doelen9 bronnen

Waarom dit ertoe doet

Wetenschap is niet alleen een verzameling feiten, maar vooral een manier om tot betrouwbare kennis te komen. De minimumdoelen van de derde graad vragen dat leerlingen de onderzoekscyclus kennen als een gestructureerde aanpak met vijf fasen: verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen en presenteren, dat ze er zelf een onderzoek mee kunnen opzetten, en dat ze de basisprincipes van eerlijk onderzoek toepassen: gecontroleerde omstandigheden en reproduceerbaarheid . Ook natuurkundige verschijnselen moeten ze met de onderzoekscyclus kunnen onderzoeken . In de tweede graad gaat het om de begrippen onderzoek, onderzoeksvraag, hypothese en conclusie, om een eerlijk onderzoek uitvoeren en om systematisch waarnemingen noteren . De fasen moet je dus letterlijk en in de juiste volgorde kennen.

De vijf fasen van de onderzoekscyclus

De officiële fasen volgens de minimumdoelen zijn :

  1. Verkennen
  2. Onderzoek opzetten
  3. Onderzoek uitvoeren
  4. Concluderen
  5. Presenteren

Het heet een cyclus omdat het antwoord op een vraag vaak tot nieuwe vragen leidt, zodat het onderzoeksproces opnieuw begint . Het Nederlandse SLO beschrijft een vergelijkbare cyclus in zeven stappen (met een aparte confrontatiestap vooraan en een verdiepingsstap achteraan); de kern is dezelfde .

1. Verkennen

  • Je neemt waar met alle zintuigen en verwondert je over een verschijnsel. De eindtermen vragen gericht waarnemen met alle zintuigen .
  • Je activeert voorkennis en verzamelt informatie.
  • Je formuleert een onderzoeksvraag: een vraag die je met een onderzoek kan beantwoorden. Een goede onderzoeksvraag is concreet en meetbaar, bijvoorbeeld "Wat is de invloed van de temperatuur van het water op de tijd die een suikerklontje nodig heeft om op te lossen?" Het SLO omschrijft deze stap als een onderzoekbare vraag formuleren en het effect van één of twee factoren voorspellen .
  • Je stelt een hypothese op: een verwachting of voorlopig antwoord dat nog niet bewezen is en dat je met een experiment kan toetsen . Handige vorm: "Als het water warmer is, dan lost het klontje sneller op, omdat ..."

2. Onderzoek opzetten

Je bedenkt een onderzoek dat past bij de onderzoeksvraag en stelt een plan op . Daarbij bepaal je de variabelen:

soort variabelebetekenisvoorbeeld (suikerklontje)
onafhankelijke variabelede factor die jij bewust verandertde temperatuur van het water
afhankelijke variabelewat je meet om het effect te ziende oplostijd in seconden
gecontroleerde variabelen (constanten)alles wat je gelijk houdthoeveelheid water, soort en grootte van het klontje, soort beker, niet roeren

In een experiment wordt zorgvuldig gecontroleerd welke factoren (de onafhankelijke variabelen) veranderd worden en welke effecten dat heeft op andere factoren (de afhankelijke variabelen) . Je kiest ook het materiaal, de meetinstrumenten (thermometer, chronometer) en je maakt vooraf een tabel om de resultaten te noteren.

3. Onderzoek uitvoeren

  • Je voert het onderzoek volgens plan uit.
  • Je meet nauwkeurig en noteert systematisch in de vooraf gemaakte tabel .
  • Je herhaalt elke meting een paar keer, zodat je toevalligheden opmerkt.

4. Concluderen

  • Je ordent en verwerkt de resultaten, bijvoorbeeld in een grafiek.
  • Je beantwoordt de onderzoeksvraag en vergelijkt het resultaat met de hypothese: bevestigd of verworpen?
  • Ook een resultaat dat geen of een tegengestelde verandering toont, is een resultaat .
  • Je reflecteert: was het onderzoek eerlijk? Wat kan beter? Welke nieuwe vragen roept het op?

5. Presenteren

Je doet mondeling of schriftelijk verslag van de onderzoeksvraag, de aanpak en de resultaten, bijvoorbeeld met een poster, een presentatie of een verslag . Een goede presentatie beschrijft de werkwijze zo duidelijk dat iemand anders het onderzoek kan herhalen.

Eerlijk onderzoek

Een onderzoek is eerlijk als je zeker kan zijn dat het gemeten effect echt door de onderzochte factor komt. Twee basisprincipes uit de minimumdoelen :

Gecontroleerde omstandigheden

Je verandert telkens maar één factor (de onafhankelijke variabele) en houdt alle andere omstandigheden gelijk. Verander je twee dingen tegelijk, dan weet je niet welke van de twee het effect veroorzaakte.

Reproduceerbaarheid

Een onderzoek is reproduceerbaar als je, wanneer je dezelfde beschreven werkwijze opnieuw uitvoert, telkens een vergelijkbaar resultaat bekomt; ook als een andere onderzoeker het herhaalt . Daarom:

  • beschrijf je de werkwijze nauwkeurig;
  • herhaal je metingen en neem je eventueel het gemiddelde;
  • vergelijk je je resultaten met die van andere groepen.

Reproduceerbaarheid is een wezenlijk onderdeel van de wetenschappelijke methode .

Samengevat

  • De onderzoekscyclus heeft vijf fasen: verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren.
  • Een onderzoeksvraag is concreet en onderzoekbaar; een hypothese is een toetsbaar, voorlopig antwoord ("als ... dan ... omdat ...").
  • Onafhankelijke variabele: wat je verandert. Afhankelijke variabele: wat je meet. Gecontroleerde variabelen: wat je gelijk houdt.
  • Eerlijk onderzoek: gecontroleerde omstandigheden (één factor tegelijk veranderen) en reproduceerbaarheid (herhaalbaar met hetzelfde resultaat).
  • Waarnemingen noteer je systematisch; metingen herhaal je; ook een verworpen hypothese is een waardevol resultaat.

Test wat je onthouden hebt

Oefen meteen met de vragen en flashcards van deze les.

12 vragen 8 kaarten

Officiële doelen in deze les

Uit de minimumdoelen (LO_V2_0) en eindtermen (LO_V1_0) voor het lager onderwijs.

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 3.6.1

    De leerlingen kennen de volgende begrippen: de onderzoekscyclus, eerlijk onderzoeken, verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren.

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 3.6.2

    De leerlingen kennen de onderzoekscyclus als een gestructureerde aanpak met de volgende fasen: verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren.

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 3.6.3

    De leerlingen kunnen een onderzoek opzetten met behulp van de onderzoekscyclus.

  • Minimumdoel 6de leerjaar · 3.6.4

    De leerlingen kunnen de volgende basisprincipes van eerlijk onderzoek toepassen: gecontroleerde omstandigheden, reproduceerbaarheid.

Bronnen

  1. 1

    Minimumdoelen lager onderwijs (LO_V2_0), einde 4de en 6de leerjaar · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V2_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  2. 2

    Componenten van W&T: onderzoeken en ontwerpen · SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (Nederland)

    “Ze hebben een ander vertrekpunt (een vraag versus een probleem of behoefte), maar vergelijkbare stappen”

    https://www.slo.nl/thema/meer/wetenschap/componenten/onderzoeken/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  3. 3

    Onderzoeken en ontwerpen: leerlijn onderzoeken · SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (Nederland)

    “De leerling kent de stappen die horen bij de onderzoekscyclus en kan deze toepassen bij het uitvoeren van een onderzoek”

    https://www.slo.nl/thema/meer/wetenschap/componenten/onderzoeken/leerlijn-onderzoeken/

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  4. 4

    Eindtermen lager onderwijs (LO_V1_0) · Vlaamse overheid, Departement Onderwijs en Vorming

    https://onderwijsdoelen.be/doelen/LO_V1_0

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  5. 5

    Hypothese · Wikipedia (nl)

    “is in de empirische wetenschap een stelling die (nog) niet bewezen is, en die dient als uitgangspunt voor een experiment of voor een gerichte waarneming.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Hypothese

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  6. 6

    Experiment · Wikipedia (nl)

    “Hierbij wordt zorgvuldig gecontroleerd welke factoren (de onafhankelijke variabelen) worden veranderd en welke effecten dit heeft op andere factoren (de afhankelijke variabelen).”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Experiment

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  7. 7

    Variabele (onderzoek) · Wikipedia (nl)

    “Een onafhankelijke variabele, experimentele variabele, factor of predictor is een variabele die gebruikt wordt om voorspellingen op te baseren.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Variabele_(onderzoek)

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  8. 8

    Reproduceerbaarheid · Wikipedia (nl)

    “Reproduceerbaarheid is in de wetenschap het steeds opnieuw kunnen bereiken van een vergelijkbaar resultaat, wanneer een beschreven procedure herhaaldelijk wordt uitgevoerd.”

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Reproduceerbaarheid

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

  9. 9

    De basis. Wetenschappen en techniek voor de basisschool · Stephan Boulez, Kris Hulsen, Filip Mennes, Bea Merckx en Katrijn Pools, Acco · ISBN 9789463448154

    https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.421266104.html/de-basis

    Geraadpleegd op 15 oktober 2026

Zie je een fout of iets dat niet klopt met de bron? Meld het ons